Veelgestelde vragen in de dentale implantologie
Veelgestelde vragen over dentale implantologie
Veelgestelde vragen uit het veld van de dentale implantologie, snel en overzichtelijk bij elkaar gezet:
Implantologie
De ingreep vindt plaats na uitschakeling van de pijn door plaatselijke verdoving, in een roes (sedatie) of op verzoek onder algehele narcose.
Een implantaat kan een leven lang meegaan. Voorwaarde is de betrouwbare medewerking van de patiënt. Implantaten moeten net als de eigen tanden - of beter nog: meer dan deze - worden verzorgd. Zonder nauwgezette en grondige mondhygiëne heeft een implantaatoplossing op de lange termijn weinig zin.
Een standaardingreep duurt inclusief voorbereiding en aansluitende controle ongeveer een uur. Worden er meerdere implantaten geplaatst, dan duurt de operatie langer. De exacte tijd hangt echter van de uitgangssituatie af.
De kosten hangen af van de uitgangssituatie, bijv. de botkwaliteit, het aantal implantaten dat geplaatst wordt en de geplande prothetische voorziening. Botopbouwende maatregelen verhogen de totale kosten.
Zonder onderzoeksresultaten kan geen bindende uitspraak worden gedaan; die zou vooruitlopen op het advies van een arts of van een tandtechnisch laboratorium.
Meer informatie vindt u onder het menupunt KOSTEN.
Zonder onderzoeksresultaten kan geen bindende uitspraak worden gedaan; die zou vooruitlopen op het advies van een arts of van een tandtechnisch laboratorium.
Meer informatie vindt u onder het menupunt KOSTEN.
De inspanning voor de diagnostiek en het gebruikte instrumentarium voor het plaatsen van één of meerdere implantaten is vergelijkbaar. In zoverre zijn de kosten voor meerdere implantaten voordeliger dan de som van de overeenkomstige afzonderlijke ingrepen.
Meer informatie vindt u onder het menupunt KOSTEN.
Meer informatie vindt u onder het menupunt KOSTEN.
Particuliere zorgverzekeringen betalen afhankelijk van de verzekeringsvoorwaarden, in afzonderlijke gevallen de volledige kosten. De wettelijke zorgverzekeringen vergoeden de bedragen overeenkomstig de vastgestelde forfaitaire bedragen per behandelgeval (Fallpauschalen).
Meer informatie vindt u onder het menupunt VERGOEDING VAN DE KOSTEN.
Meer informatie vindt u onder het menupunt VERGOEDING VAN DE KOSTEN.
Er zijn geen allergische reacties en evenmin daarop berustende afstotingen bekend. Gaan implantaten verloren, dan gebeurt dat in de meeste gevallen tijdens de inhelingstijd. Te vroege of verkeerde belasting in die periode, een kritische botsituatie of een planningsfout en ook onvoldoende mondhygiëne zijn redenen voor het verlies van een implantaat. Met een succespercentage van tot 98 % is de implantologie in de moderne tandheelkunde een erkende behandelmethode.
De klassieke vormen van de conventionele tandvervanging zoals bruggen, kronen op geslepen tanden en op het slijmvlies rustende protheses zijn bekende alternatieven. Het afslijpen van cariësvrije tanden wordt vooral bij jonge patiënten kritisch bekeken. Om slechts één verloren gegane tand door een conventionele brug te vervangen, moeten minstens twee gezonde, cariësvrije tanden worden afgeslepen.
Het gevolg is een onherstelbaar verlies van tandsubstantie. Implantaatgedragen enkele kronen en bruggen gaan gepaard met een chirurgische ingreep, maar bieden een substantiesparender variant. De beslissing tegen de conventionele en voor de implantaatgedragen behandelvorm kan pas na uitvoerig overleg met de tandarts worden genomen.
Voor de patiënt is de vraag hoeveel geld hij aan zijn "derde gebit" wil uitgeven. Bovendien is een behandeling met implantaten altijd verbonden met een chirurgische ingreep.
De voordelen van implantaten zullen echter overtuigen: patiënten die na jarenlange tandeloosheid weer stevig willen bijten of die door het dragen van protheses pijnlijke drukplekken hebben, zijn in de regel overtuigd van het draagcomfort en de opnieuw gewonnen levenskwaliteit.
Bij het gebruik van bruggen wordt gezonde substantie opgeofferd door het afslijpen van de buurtanden. Het gat in de tandenrij wordt door een tussendeel gesloten. De tandwortel zelf wordt niet vervangen. Het kaakbot mist de door de wortel overgebrachte kauwdruk. Deze natuurlijke belasting stimuleert het bot normaal gesproken tot regeneratie. Ontbreekt de belasting, dan trekt het bot zich in de loop van de tijd terug.
Uitsluitend op het slijmvlies rustende protheses leiden om dezelfde reden tot botverlies, de zogenoemde atrofie. Vanwege de botafbraak moet de prothese over een langere periode telkens opnieuw worden gecorrigeerd. Het gevolg is vaak onbevredigend zittende tandvervanging, die veel prothesedragers sterk in hun levenskwaliteit beperkt.
Voor een algehele narcose moeten de bijbehorende voorziening en artsen die gespecialiseerd zijn in anesthesie beschikbaar zijn. De patiënt wordt via de monitoring door de anesthesist bewaakt.
Net als eigen tanden moeten ook implantaatgedragen tanden grondig worden verzorgd. Artsen die implantaatbehandelingen uitvoeren, bieden vaak een speciale implantaatprofylaxe aan voor de verzorging en reiniging van de implantaten en de tanden.
Titanium wordt al meer dan 30 jaar in de dentale implantologie gebruikt en heeft zich bewezen als biocompatibel, goed verdraagbaar en veilig materiaal. Allergische reacties zijn niet bekend. Met bijzondere implantaatoppervlakken laat de inhelingstijd van de implantaten zich verkorten. De nieuwste ontwikkeling is een actief oppervlak dat het initiële genezingsproces moet versnellen.
Met implantaten kan een patiënt in de regel weer stevig bijten, weer eten waar hij zin in heeft.
Voordeel: hij kan zich weer evenwichtig en afwisselend voeden.
Voorwaarde is de nauwe samenwerking en het overleg met de huisarts. Patiënten moeten uiteraard goed ingesteld zijn.
Zwaar roken kan het succes van een implantaatoplossing op de lange termijn in gevaar brengen. Vooral tijdens het inhelen wordt roken zeer kritisch bekeken.
In de meeste gevallen worden bij een tandeloze kaak vier implantaten geplaatst. Dit aantal komt overeen met een erkende aanbeveling van de Duitse vereniging voor tandheelkunde (DGZMK). Op een oplossing met twee implantaten laat een prothese zich ook stabiliseren, maar een zuiver implantaatgedragen prothese met hoger draagcomfort laat zich op vier implantaten beter realiseren.
Is een vaste, niet-uitneembare tandenrij gepland, dan worden in de meeste gevallen 6 implantaten in de onderkaak en 8 in de bovenkaak aanbevolen. Het exacte aantal kan een arts pas na uitvoerige diagnose voorstellen.
Is een vaste, niet-uitneembare tandenrij gepland, dan worden in de meeste gevallen 6 implantaten in de onderkaak en 8 in de bovenkaak aanbevolen. Het exacte aantal kan een arts pas na uitvoerige diagnose voorstellen.
Dat hangt altijd af van de situatie van de patiënt. In de regel kan met een inhelingstijd van acht tot twaalf weken worden gerekend. In bijzondere gevallen kunnen implantaten vroeg, dus al tijdens het inhelen, van een voorziening worden voorzien respectievelijk worden belast.
Een prothetische planning kan er ook in voorzien dat één implantaat meerdere tanden draagt. Het aantal implantaten wordt bepaald door de grootte van het gat, de botkwaliteit en de mogelijke positie van de implantaten. Het geplande behandelconcept - vaste of uitneembare tandvervanging - bepaalt eveneens het aantal implantaten.
Home
Een tandimplantaat is een kunstmatige tandwortel, meestal van titanium, die in het kaakbot wordt geplaatst. Na het inhelen draagt hij een kroon, een brug of een prothese.
Voor een enkel tandimplantaat inclusief kroon liggen de kosten meestal tussen 1.400 en 3.000 euro. Botopbouw of een immediate voorziening verhogen het bedrag. Bindend is het behandel- en kostenplan (Heil- und Kostenplan) van uw behandelaar.
Via de artsenzoeker van de Implantat-Berater: postcode of plaats invoeren, straal kiezen. Het register omvat momenteel 452 implantologisch werkende praktijken in 288 plaatsen.
Een onafhankelijk, reclamevrij informatieportaal voor patiënten, uitgegeven door de Atres GmbH in Aachen. Het geeft geen productaanbevelingen, bemiddelt geen afspraken en is bij geen enkele behandeling betrokken.
Implantaatprothetiek
Op het ingeheelde implantaat wordt een opbouw (abutment) geschroefd, die de afstand tot de rand van het tandvlees overbrugt. Daarop zit de kroon, een brug of een prothese.
In de regel niet. De tandvervanging wordt in het laboratorium in vorm en kleur aan de eigen tanden aangepast; in het zichtbare gebied is tandkleurig keramiek het materiaal van voorkeur.
Tussen het plaatsen van het implantaat en de definitieve tandvervanging ligt de inhelingstijd, die in de regel meerdere maanden bedraagt. In die tijd kan een tijdelijke voorziening het gat sluiten.
Kosten
Voor een fronttand liggen de kosten meestal tussen 1.400 en 3.000 euro, voor een kies tussen 1.250 en 2.500 euro. Doorslaggevend is het behandel- en kostenplan (Heil- und Kostenplan) van uw behandelaar.
In de regel niet volledig. Wettelijke zorgverzekeringen betalen sinds 2005 een op de bevinding gebaseerde vaste bijdrage (Festzuschuss), die zich richt naar een conventionele voorziening. De rest draagt de patiënt.
Omdat de kosten van de individuele situatie afhangen: van de omvang en de moeilijkheidsgraad van de ingreep, van de diagnostiek, van het aantal implantaten en van de geplande tandvervanging.
Rekenkundig vaak wel. Vergelijkende studies wijzen erop dat een enkeltandsvoorziening met implantaat na ongeveer zeven jaar goedkoper wordt dan een conventionele brug, omdat de instandhoudingskosten lager zijn.
Behandeling
In vier stappen: advies en diagnostiek, sanering van de mond, het plaatsen van het implantaat en – na de inhelingstijd – de tandvervanging daarop.
Nee. Implantaten worden in de regel poliklinisch in de praktijk geplaatst. Daarna kunt u zich het beste laten ophalen en meerdere uren niet zelf rijden.
Draag comfortabele kleding en zie af van make-up. Bij plaatselijke verdoving mag u tot uiterlijk een uur van tevoren een lichte maaltijd eten. Bij narcose gelden de voorschriften van uw behandelaar.
Omdat een bestaande ontsteking het inhelen in gevaar brengt. Daarom worden parodontitis, cariës en tandsteen vóór de implantatie behandeld.
Diagnostiek
Niet in alle gevallen. Voor de meeste implantaties volstaat een panoramafoto. Een driedimensionale opname is dan aangewezen wanneer er weinig bot is of de ligging moeilijk is.
Het OPG is een tweedimensionale panoramafoto van de kaak en de gebruikelijke basis voor de planning. CT (computertomografie) en DVT (digitale volumetomografie) leveren doorsnedebeelden en daarmee een ruimtelijke weergave; de DVT is de methode speciaal voor het kaakgebied.
In de regel 120 tot 250 euro inclusief beoordeling. De wettelijke zorgverzekeringen vergoeden de DVT (digitale volumetomografie) in het kader van een implantaatplanning niet.
Aan de röntgenfoto. De panoramafoto toont vooral de bothoogte; breedte en dichtheid levert zo nodig een driedimensionale opname. Daaruit blijkt hoeveel implantaten mogelijk zijn.
Wat is een implantaat?
Uit drie delen: het implantaatlichaam in het kaakbot, de opbouw (abutment) daarop en de kroon die men ziet. Het implantaatlichaam bestaat uit zuiver titanium of uit zirkoniumdioxide.
Allergieën tegen technisch zuiver titanium zijn niet bekend. Wie desondanks metaalvrij behandeld wil worden, kan voor een implantaat van zirkoniumdioxide kiezen.
Bij het eenfasige implantaat steekt de kop tijdens het inhelen uit het tandvlees – een tweede ingreep vervalt. Bij het tweefasige wordt het slijmvlies erover gesloten en later weer geopend.
Voor wie zijn implantaten geschikt?
Nee. Naar boven is er geen leeftijdsgrens. Doorslaggevend zijn niet de jaren, maar het botaanbod, de wondgenezing en de algemene gezondheid.
In de regel niet. Vóór een implantatie moet de kaakgroei voltooid zijn, anders groeit de kaak om het vaststaande implantaat heen.
Uitgesproken stofwisselingsziekten en aandoeningen van lever, nieren, bloed en botten kunnen tegen een implantatie pleiten. Ook zwaar roken brengt het succes in gevaar. Of dit in uw geval van toepassing is, gaat uw behandelaar na.
Dat hangt van de bevinding af. Voor een brug moeten gezonde buurtanden worden afgeslepen, en het bot eronder kan zich bij gebrek aan belasting terugtrekken. Een implantaat vermijdt beide, maar kost meer.
Volledig tandeloze kaak met 4 gekantelde implantaten
Bij een geschikte anatomie wel. Worden de achterste implantaten schuin geplaatst, dan dragen vier implantaten een vaste complete voorziening per kaak.
Omdat zo het aanwezige botaanbod beter benut kan worden. De schuine positie spaart tegelijk de kaakholte en de zenuwen en maakt grotere, stabielere implantaten mogelijk.
Vaak wel. De methode is juist voor tandeloze patiënten met botverlies ontwikkeld en komt vaak zonder omvangrijke botopbouw uit.
Uitneembare implantaatgedragen tandvervanging op staven
Een metalen staaf die twee of meer implantaten vast met elkaar verbindt. Daarop vindt een uitneembare volledige gebitsprothese veilig houvast.
Ja. De staaf verbindt de implantaten tot één geheel; de prothese wordt daarop verankerd en verschuift niet bij het spreken en kauwen.
Ja, dat is de bedoeling. De op de staaf verankerde tandvervanging blijft uitneembaar en daarmee goed te reinigen – maar hij zit vast zolang hij is ingezet.
Uitneembare implantaatgedragen tandvervanging met Locator
Een drukknoopsysteem dat een uitneembare prothese op implantaten houdt. Het laat zich zonder veel krachtsinspanning losmaken en weer inzetten.
Een die zich gemakkelijk laat bedienen. Bij afnemende fijne motoriek zijn Locator-systemen of magneetankers gunstiger dan bevestigingen met hoge houdkrachten.
Ja, dat is de bedoeling van deze systemen. Ze laten zich zonder krachtsinspanning in- en uitnemen, zodat prothese en implantaten thuis goed gereinigd kunnen worden.
Implantatiemethoden
De behandelaar legt het kaakbot bloot, prepareert met speciale boren het implantaatbed en plaatst het implantaat passend. Bij een goed botaanbod gaat dat ook zonder het tandvlees open te klappen.
Bij eentijds heelt het implantaat open in, de kop steekt uit het slijmvlies – een tweede ingreep vervalt. Bij tweetijds wordt het slijmvlies erover dichtgehecht en het implantaat later vrijgelegd.
Nee, meerdere uren lang niet. Laat u ophalen of ga met de taxi naar huis.
Immediate belasting
In de regel niet. Het implantaat heeft meerdere maanden nodig om met het bot te vergroeien. Een immediate belasting is alleen in uitzonderingsgevallen en bij bijzondere planning mogelijk.
Dan kan het gaan bewegen in plaats van vastgroeien. Te sterke belasting tijdens de inhelingsfase leidt in de regel tot problemen, tot en met het verlies van het implantaat.
Bij de immediate belasting draagt het implantaat meteen de volledige kauwkracht. Bij de immediate voorziening zit er weliswaar meteen een tijdelijke voorziening op, maar die is zo gevormd dat er bij het kauwen nauwelijks kracht op het implantaat werkt.
Nee. Voor de tijd tot de definitieve tandvervanging zijn er tijdelijke voorzieningen; in opgebouwde gebieden kunnen ook tijdelijke implantaten een tijdelijke voorziening dragen en de definitieve implantaten beschermen.
Botopbouw
Het opvullen of verbreden van het kaakbot, zodat een implantaat veilig houvast vindt. Gebruikt wordt botvervangingsmateriaal of lichaamseigen bot.
Omdat het lichaam bot afbreekt dat het niet meer belast. Na langere tandeloosheid is het overgebleven volume voor een implantaat vaak niet meer toereikend.
Getransplanteerd bot heelt in de regel meerdere maanden in voordat de implantaten worden geplaatst. Wordt bij de implantatie alleen een klein defect opgevuld, dan vervalt deze extra wachttijd – het implantaat zelf moet toch inhelen.
Kleinere hoeveelheden neemt de behandelaar uit de mondholte zelf – uit tandeloze gebieden, de kaakhoek of de kin. Bij grotere behoefte komt het bot uit de bekkenkam.
Metaalvrije prothetiek
Ja. Volkeramiek van zirkoniumoxide komt zonder metalen onderconstructie uit en is geschikt voor kronen, bruggen en implantaatopbouwen.
Voor de meeste voorzieningen wel. Volkeramiek wordt tegenwoordig ook voor meerdelige bruggen gebruikt. Of het in het afzonderlijke geval draagt, bepaalt de bevinding.
Vooral voor patiënten die gevoelig reageren op metalen in de mond, en daar waar het op de esthetiek aankomt – tandkleurig keramiek oogt in het zichtbare gebied natuurlijker.
Tandtechniek / meesterlaboratorium
Een tandtechnisch laboratorium. De tandarts plant en plaatst het implantaat, de tandtechnicus vervaardigt de opbouw (abutment) en de kroon – na afdruk of digitale scan.
Een in het laboratorium vervaardigde mal die de op de computer geplande implantaatpositie naar de mond overbrengt. Hij geleidt de boor en maakt het plaatsen preciezer.
CAD-CAM betekent: de opbouw wordt op de computer ontworpen en machinaal gefreesd. Zo ontstaat een individueel passend onderdeel in plaats van een voorgefabriceerde standaardopbouw.
Implantaatverzorging
Zoals de eigen tanden, alleen consequenter: na elke grote maaltijd poetsen en de ruimtes ertussen met een interdentale borstel (rager) reinigen. Een gewone tandenborstel bereikt maar een deel van de vlakken.
Belangrijker dan de borstel zelf zijn de hulpmiddelen voor de ruimtes tussen de tanden. Uw praktijk laat u zien welke rager bij uw voorziening past.
Dan kan er aanslag achterblijven en het weefsel rond het implantaat ontsteken – een peri-implantitis. Dat is de meest voorkomende oorzaak van late complicaties.
Offertes controleren
Erop dat alle posten vermeld zijn: de diagnostiek, een eventuele botopbouw, het plaatsen van het implantaat inclusief materiaal en de opbouw (abutment) met de kroon. Ontbreekt een post, dan wordt het later duurder.
Zelden. Bij weinig verbreide goedkope systemen is de levering van onderdelen niet gewaarborgd, en bij problemen is nauwelijks een tandarts te vinden die er ervaring mee heeft. Een besparing van 150 euro kan zo duur uitpakken.
Omdat niemand zonder onderzoek kan weten wat er nodig is. Bij een implantaatbehandeling horen advies, diagnostiek en een individuele planning – een prijs zonder die basis is een gok.
Vergoeding van de kosten
Alleen in enkele, bijzonder ernstige uitzonderingsgevallen. De Gemeinsamer Bundesausschuss (Duitse zorgcommissie) heeft daarvoor uitzonderingsindicaties vastgelegd; die betreffen bijvoorbeeld grote kaakdefecten na tumoren of ongevallen.
Een vast bedrag dat de Duitse wettelijke zorgverzekering bijdraagt aan tandvervanging. Het bedrag richt zich naar de bevinding en niet naar de gekozen voorziening – wie voor een implantaat kiest, krijgt dezelfde bijdrage als voor de standaardbehandeling (Regelversorgung).
Ja. Wie regelmatige controlebezoeken kan aantonen, krijgt een hogere vaste bijdrage (Festzuschuss). Leg het bonusboekje daarom over voordat de bijdrage wordt vastgesteld.
Implantaten
Van zuiver titanium of van zirkoniumdioxide-keramiek. Titanium is de standaard; keramiek komt vooral in aanmerking voor patiënten die metaalvrij behandeld willen worden.
Van vier dingen: het beschikbare bot en de botdichtheid van de patiënt, het materiaal, het ontwerp van het implantaat en het oppervlak ervan.
Het idee is duizenden jaren oud – de Etrusken en de Egyptenaren vervingen al tanden. De wetenschappelijke doorbraak kwam in de jaren vijftig en zestig met de ontdekking dat bot met titanium vergroeit.
Titanium implantaten
Omdat titanium drie eigenschappen verenigt: mechanische sterkte, corrosiebestendigheid en weefselvriendelijkheid. Het gaat een rechtstreekse verbinding met het kaakbot aan.
Tegen technisch zuiver titanium graad 4, zoals dat voor implantaten wordt gebruikt, zijn geen allergieën bekend. In de lucht vormt titanium een beschermende oxidelaag.
Titanium implantaten komen aan hun belastingsgrens wanneer de diameter sterk wordt verkleind. Bovendien is er dan minder oppervlak beschikbaar om in het bot vast te groeien.
Keramische implantaten
Ja. Keramische implantaten bestaan uit zirkoniumdioxide en bevatten geen metaal. Ze komen vooral in aanmerking voor patiënten die gevoelig reageren op metaal in de mond.
Het tandvlees reageert goed op keramiek, omdat daarop minder snel aanslag achterblijft. Daardoor zou het risico op tandvleesontsteking en peri-implantitis kleiner worden.
In onderzoeken is melding gemaakt van breuken bij volkeramische implantaten. Bij implantaten van hoogwaardig zirkoniumdioxide (Y-TZP) is dat risico aanzienlijk kleiner.
Implantaatvorm
Tegenwoordig worden vrijwel alleen nog wortelvormige schroefimplantaten gebruikt – getrapte, conische en schroefimplantaten met schroefdraad. Cilinderimplantaten zonder schroefdraad zijn zeldzaam geworden.
Enossaal betekent: in het bot verankerd. Het implantaatlichaam wordt met schroefdraad rechtstreeks in het kaakbot bevestigd en zit na het vastgroeien zo stevig als een echte tandwortel.
Dat beslist de behandelaar na de diagnostiek. De bothoogte, de botbreedte en de geplande voorziening bepalen het type, de lengte en de diameter van het implantaat.
Kleinere implantaten
Ja. Met kortere en bijzonder gevormde implantaten is ook bij een dun kaakbot langdurige stabiliteit te bereiken.
In veel gevallen wel. Korte implantaten zijn juist daarvoor ontwikkeld – ze besparen u de extra ingreep en de inhelingstijd van meerdere weken daarna.
Niet per definitie. Bepalend zijn de vorm, het oppervlak en de verdeling van de kauwkrachten. Of korte implantaten in uw geval dragen, blijkt uit de diagnostiek.
Cariës bij kinderen
Al vanaf het tweede levensjaar. De belangrijkste oorzaak zijn suikerhoudende dranken, die jonge kinderen vaak uit de zuigfles krijgen.
Ja, als ze vaak en verspreid over de dag worden gedronken. Vruchtensappen, thee en frisdranken bevatten suiker, waaruit aanslag op de tanden ontstaat.
Ja. Een speekseltest laat het aantal en de activiteit van de cariësbacteriën zien. Daaruit is af te leiden hoe gevoelig een kind is, zodat er op tijd kan worden bijgestuurd.
Melktanden poetsen
Vanaf de eerste melktand. In het begin volstaat een zachte borstel of een wattenstaafje met een kleine hoeveelheid tandpasta.
Twee keer per dag, met een kindertandenborstel en een tandpasta met 1.000 ppm fluoride. Tot de tweede verjaardag volstaat een hoeveelheid ter grootte van een rijstkorrel, daarna een erwtgrote hoeveelheid.
KAI is het ezelsbruggetje voor de volgorde: eerst de kauwvlakken (Kauflächen), dan de buitenvlakken (Außenflächen), dan de binnenvlakken (Innenflächen). Zo wordt geen enkel vlak vergeten.
Behandeling onder narcose bij kinderen
Wanneer een plaatselijke verdoving niet uitvoerbaar is – bijvoorbeeld bij heel jonge kinderen – of wanneer er uitgebreide behandelingen nodig zijn, zoals een volledige sanering van het melkgebit.
Elke narcose is een medische ingreep en wordt alleen bij een passende indicatie uitgevoerd. Over het nut en de risico's licht de behandelend arts of anesthesist u vooraf voor.
Een lichte vorm van sedatie waarbij het kind wakker blijft, maar meer ontspannen is. Het komt in aanmerking als alternatief voor algehele narcose wanneer een plaatselijke verdoving alleen niet volstaat.
Loepbril
Om fijne details te kunnen zien. Goed zicht is een voorwaarde voor een nauwkeurige bevinding en voor precies werken in het behandelgebied.
Dat hangt van het systeem af: prismaloepen volgens Kepler vergroten drie- tot vijfmaal, loepbrillen volgens het Galilei-systeem twee- tot ruim driemaal, maar met meer scherptediepte.
Die maakt nauwkeuriger werken mogelijk, omdat de behandelaar meer ziet. Het hulpmiddel garandeert geen resultaat – het verbetert de voorwaarden daarvoor.
Immediate implantatie
In geselecteerde gevallen wel. Voorwaarde is dat de tandkas ontstekingsvrij is en dat er genoeg bot aanwezig is voor een stevig houvast.
Daarbij zitten er meerdere weken tussen het verwijderen van de tand en de implantatie. Het weke weefsel kan genezen, het infectierisico daalt en het bot is nog niet wezenlijk geslonken.
U bespaart een ingreep en de wachttijd tot aan de implantatie. De inhelingstijd zelf wordt niet korter – ook een direct geplaatst implantaat mag tijdens de inhelingsfase niet worden belast.
Gedragsregels na de implantatie
Vermijd lichamelijke inspanning en belasting. Rust helpt de wondgenezing; laat de mond in het begin met rust.
Bij kloppende pijn op de dag van de ingreep, een doof gevoel ongeveer twaalf uur daarna, pijn of zwelling na meerdere dagen, opnieuw optredende bloedingen of een losgeraakte noodvoorziening.
Een lichte zwelling in de eerste dagen is na een chirurgische ingreep niet ongewoon. Neemt die na meerdere dagen toe of komt er pijn bij, neem dan contact op met uw praktijk.
Videotheek: alternatieve oplossingen zonder implantaten
Drie: de brug als vaste tandvervanging, de partiële of volledige prothese als uitneembare – of een combinatie van beide.
Kleine gaten in de tandenrij worden in de regel met een brug hersteld. Grotere gaten en vrij-eindsituaties, bijvoorbeeld wanneer de kiezen ontbreken, worden met een prothese gesloten.
In de bovenkaak bedekt ze het hele gehemelte, waardoor de smaakbeleving verminderd kan zijn. Ze wordt op haar plaats gehouden door zuigkracht, niet door een vaste verankering.
Particuliere zorgverzekering (PKV)
In principe wel – de implantaatbehandeling staat in het vergoedingenpakket van de particuliere zorgverzekering. Hoeveel er wordt vergoed, bepaalt uw individuele contract.
Een overzicht van uw tandarts waarin alle voorzienbare onderdelen van de geplande behandeling met de bijbehorende kosten staan. Het is de basis voor de vergoedingstoezegging van uw verzekering.
Ja, dien het vóór het begin van de behandeling in bij uw verzekering. Zo weet u vooraf welk deel zij vergoedt en welk bedrag voor u overblijft.
Implantaattoerisme
Het aanbod is vaak goedkoper, maar het risico is groter. Bij de behandeling horen nazorg en controle – en die vinden na de terugreis niet meer plaats.
Dan ontbreekt de behandelaar ter plaatse. Problemen bij het inhelen, een noodzakelijke nabehandeling of een onderdeel voor een onbekend systeem zijn thuis maar moeilijk op te lossen.
Omdat het succes van een implantaat niet op de dag van de operatie wordt beslist, maar in de maanden daarna. Regelmatige controles en implantaatprofylaxe horen bij de behandeling, ze zijn geen toevoeging.
Genezingsprocessen
Eiwitten uit het eigen bloed die de lichaamseigen genezing stimuleren. Uit een kleine hoeveelheid bloed wordt plasma gewonnen dat bij de operatie wordt gebruikt.
Ongeveer 30 tot 40 milliliter uit de ader in de arm, vóór de behandeling. Daaruit wordt met een speciale methode het bloedplasma gewonnen.
De methoden zijn erop gericht de wondgenezing en de botregeneratie te ondersteunen. Of ze in uw geval zinvol zijn, beslist de behandelaar – het gaat om een aanvullende, niet om een noodzakelijke maatregel.
Individuele en vastzittende oplossingen met implantaten
Afhankelijk van het botaanbod en de geplande prothetische oplossing wordt de tandenrij op vier tot zes implantaten vastgeschroefd. Deze tandvervanging zit vast en kan alleen door een tandarts weer worden verwijderd. Voorwaarde is voldoende botaanbod; of botopbouwende maatregelen nodig zijn, stelt de behandelaar vast.
Beide zijn mogelijk. Esthetisch is de vast vastgeschroefde tandenrij de meest veeleisende oplossing, maar die vereist voldoende bot. Na langere tandeloosheid is het bot afgebroken en heeft zich meestal ook het tandvlees teruggetrokken; dan wordt eerder de uitneembare, implantaatgedragen prothese aanbevolen, die bij het kauwen en spreken eveneens vast zit.
Bij verminderde prothesestabiliteit ontstaat bij het kauwen drukpijn. Veel betrokkenen passen daarom hun voeding aan, wat tot tekortverschijnselen kan leiden. De beperkte voedselopname en de ontbrekende of verkeerde belasting van het kaakbot bevorderen daarnaast de botafbraak.
Dentale implantologie - een beproefde behandelvorm
In Duitsland worden jaarlijks ongeveer een miljoen implantaten geplaatst. Op de markt zijn meer dan 100 verschillende implantaatsystemen, waarvan niet elk volledig rijp is voor de praktijk; over veel systemen ontbreken klinische studies. Klinische langetermijngegevens zijn daarom een belangrijk criterium bij de keuze van een systeem.
Niet elke methode die in de implantologie wordt gepresenteerd, is nuttig voor patiënten. Therapieaanbevelingen uit de publiekspers moeten daarom worden getoetst aan de richtlijnen van de implantologische vakverenigingen. Een implantaatbehandeling moet op actuele wetenschappelijke inzichten berusten en medisch zinvol en verantwoord zijn.
Dat beslist de tandarts na uitvoerig advies en diagnostiek, bij de planning van de tandvervanging samen met een tandtechnisch meesterlaboratorium. Een implantaatbehandeling mag pas plaatsvinden na deskundig en volledig advies door een arts of chirurg en moet zich richten naar de individuele mogelijkheden en behoeften van de patiënt.
Waarom worden tandimplantaten geplaatst?
Een conventionele prothese wordt door het slijmvlies gedragen. Bij veel patiënten ontstaan na langer dragen drukplekken, die bij het kauwen pijn kunnen veroorzaken. Implantaten geven de prothese weer houvast, voorkomen dat die wiebelt en gaan zo pijnlijke drukplekken tegen.
Atrofie is de vakterm voor botverlies. Ontbreekt de belasting van het kaakbot na een tandverlies, dan breekt het af, net als een spier die niet meer wordt gebruikt; ook de mimiek verandert daardoor. Implantaten dragen de kauwkrachten over op het omliggende bot en stimuleren de natuurlijke stofwisseling daarvan.
Implantaatgedragen tandvervanging maakt in de meeste gevallen een hogere kauwefficiëntie mogelijk. Met conventionele, op het slijmvlies rustende protheses laat de kauwfunctie zich daarentegen vaak maar beperkt herstellen. Juist door oudere mensen wordt de implantaatgedragen tandvervanging in vergelijking met de klassieke prothese als veel aangenamer ervaren.
Wanneer moet er geïmplanteerd worden?
Van een vroege implantatie spreekt men bij het plaatsen van het implantaat 4 tot 8 weken na het verwijderen van de tand; het precieze tijdstip hangt ervan af hoe het weke weefsel geneest. Een vertraagde immediate implantatie na volledige genezing van het weke weefsel is na 3 tot 4 maanden mogelijk, een late implantatie in het genezen bot ongeveer zes maanden na de extractie.
Botweefsel heeft een zekere mate van belasting nodig. Ontbreekt na een tandverlies de stimulatie door de kauwkrachten, dan breekt het bot in het betrokken kaakgedeelte af en gaat er ook week weefsel verloren. Een gat moet daarom zo vroeg mogelijk worden gesloten; een vroeg implantatietijdstip maakt bovendien betere esthetische resultaten mogelijk.
In de regel bepaalt de botmorfologie op de implantatieplaats de werkwijze, dus de vorm en de gesteldheid van het bot op de plek waar geïmplanteerd moet worden. Voor een immediate implantatie direct na het verwijderen van de tand moet de tandkas bovendien leeg en ontstekingsvrij zijn.
Zijn tandimplantaten veilig?
Volgens klinische studies is de kans meer dan 90 procent dat een implantaat na tien jaar nog volledig functioneert. Er zijn bovendien langetermijnstudies waarin implantaattoepassingen tot 15 jaar lang met een hoog succespercentage zijn gevolgd.
Studies tonen ook bij slechte botkwaliteit een uitstekend langetermijnsucces van tandimplantaten aan. Goede overlevingspercentages zijn eveneens aangetoond in moeilijkere situaties, bijvoorbeeld bij smalle kaakwallen of bij een eerder opgebouwde (geaugmenteerde) bovenkaak. Belangrijke criteria voor een positieve prognose blijven de botkwaliteit en het botaanbod.
De meeste implantaatstudies worden onder sterk gecontroleerde omstandigheden aan grote universiteiten en klinieken uitgevoerd, zodat de resultaten in de praktijk anders zouden kunnen uitvallen. Voor geselecteerde precisie-implantaten zijn de overlevingspercentages in de tandartspraktijk echter even goed gebleken als onder de strenger gecontroleerde omstandigheden.
Welke risico's bestaan er?
Beschadiging van zenuwen behoort tot de mogelijke complicaties, vooral in de onderkaak, waar de nervus mandibularis loopt. De implantaatdiagnostiek vóór de ingreep en het in beeld brengen van de zenuw tijdens de operatie moeten juist dat voorkomen. Over de mogelijke risico's licht de behandelend arts vóór de ingreep uitvoerig voor.
Met peri-implantitis wordt een ontsteking bedoeld met terugtrekking van slijmvlies en bot rond een of meer implantaten. Ze behoort tot de late complicaties, die zeldzaam zijn en meestal terug te voeren zijn op chronische infecties of onvoldoende mondhygiëne. Blijft ze onbehandeld, dan tast ze het aangrenzende bot aan en gaan implantaten verloren.
Genoemd worden medicijnen die de botstofwisseling verstoren, in het bijzonder bisfosfonaatpreparaten in intraveneuze dosering, en cortisonbehandelingen, die de afweer verlagen. Ook bestraling of chemotherapie verhogen het risico op implantaatverlies. Hoe hoog het risico uitvalt, hangt af van de ernst van de ziekte en van de dosering.
Welke voordelen bieden implantaten?
Bij implantaatgedragen tandvervanging blijft het gehemelte van de bovenkaak vrij van prothesemateriaal. Dat is het verschil met de op het slijmvlies rustende volledige prothese: de patiënt krijgt zijn natuurlijke smaakgevoel terug, een goede rode wijn smaakt weer naar rode wijn. Ook op de uitspraak werkt het vrije gehemelte positief uit.
Implantaten leiden de krachten die bij het kauwen ontstaan gelijkmatig het kaakbot in, zoals natuurlijke tandwortels dat doen. Het bot wordt daardoor belast en blijft vitaal in plaats van zich terug te trekken. Door deze natuurlijke belasting behoudt het gezicht zijn profiel en zijn natuurlijke mimiek.
Implantaatgedragen tanden moeten stabiel zitten en een veilig gevoel geven: vrij spreken, alles kunnen eten en genieten. Patiënten die een volledige, op het slijmvlies rustende prothese als een handicap ervaren, winnen daardoor aan comfort en aan zelfvertrouwen in hun werk en hun privéleven.
Implantaatgedragen enkele tand
Omdat het implantaat de functie van de tandwortel overneemt en de kauwkracht doorgeeft aan het kaakbot. Door deze natuurlijke belasting blijft het bot vitaal en trekt het zich niet terug. Het implantaat vervangt daarmee de verloren gegane tandwortel en dient tegelijk als pijler voor de implantaatkroon.
Een nieuwe tand moet niet alleen zijn functie vervullen, maar juist in het frontgebied niet van de natuurlijke tanden te onderscheiden zijn. Implantaat, nieuwe tand en week weefsel moeten daarvoor een harmonisch geheel vormen. Volkeramische opbouwen overtuigen door vorm, kleur en natuurlijk uiterlijk, en de kroon kan optimaal op het tandvlees aansluiten.
Die blijven onaangetast. Het tandimplantaat vervangt de verloren gegane tandwortel en dient zelf als pijler voor de kroon; het afslijpen van de buurtanden is daarvoor niet nodig. Gezonde tandsubstantie blijft op die manier behouden.
Meerdere tanden ontbreken - implantaatvoorziening met implantaatgedragen bruggen
Blijft het gat bestaan, dan kan er botverlies ontstaan en kunnen tanden en kaak scheef gaan staan. Vanuit medisch oogpunt moet het daarom weer worden gesloten. Een implantaatgedragen brug sluit het gat zonder dat gezonde buurtanden moeten worden afgeslepen.
Een vast aantal is er niet. De botkwaliteit ter plaatse en de grootte van het gat bepalen het precieze aantal noodzakelijke implantaten. Meerdere implantaten kunnen daarbij samen een brug dragen die het gat sluit en in het ideale geval op het tandvlees aansluit.
Ontbreken er aan het einde van een tandenrij meerdere tanden, bijvoorbeeld de kiezen, dan spreekt men van een vrij eindigende ruimte. Met een implantaatvoorziening kan ook in deze situatie een vastzittende tandvervanging worden geboden. Voor de patiënt is dat aanzienlijk comfortabeler dan met het gat te leven.
OPG, orthopantomografie
In de meeste gevallen wel. Het orthopantomogram (OPG), een tweedimensionale panoramafoto van de kaak, heeft zich in de implantaatdiagnostiek bewezen en levert in de regel voldoende informatie over het botaanbod. Bij ontbrekend botvolume of gebrekkige botkwaliteit kunnen aanvullende diagnostische stappen bijkomen.
Belangrijk is dat het verloop van de zenuw in de onderkaak (nervus mandibularis) duidelijk te herkennen en afgebeeld is. Pas dan deugt de panoramafoto als basis voor de planning van de implantaatpositie. Op het beeldscherm kunnen de panoramafoto's rustig worden geanalyseerd.
De kosten voor een orthopantomogram (OPG), de tweedimensionale panoramafoto van de kaak, worden door de zorgverzekering vergoed. Deze opname volstaat in de meeste gevallen als basis voor de planning van de implantaatpositie.
3-dimensionale diagnostiek
Beelden en bevindingen van de driedimensionale diagnostiek kunnen patiënten vaak direct op het beeldscherm worden getoond en op cd gebrand worden meegegeven, bijvoorbeeld om een second opinion in te winnen. De opnames zijn er als digitale gegevens en laten zich zo doorgeven.
De diagnostiek en planning vóór een implantatie vormen het zwaartepunt in het aantal gemaakte DVT-opnames. De digitale volumetomografie heeft zich in heel Duitsland gevestigd, omdat ze in kritische situaties de benige uitgangssituatie en anatomische bijzonderheden gedetailleerd en driedimensionaal weergeeft.
Ook in moeilijke gevallen laten zich complexere ingrepen met een veelbelovende prognose uitvoeren, wanneer diagnostiek en planning gedetailleerd en betrouwbaar zijn. Daarom mag de beslissing voor een implantologische ingreep in zulke situaties alleen met behulp van een driedimensionale weergave worden genomen.
CT, computertomografie
Een computertomografie (CT) wordt gemaakt wanneer een röntgenfoto niet de gewenste informatie over de botsituatie levert. Bij dit beeldvormende onderzoek worden veel afzonderlijke digitale röntgenbeelden computermatig samengevoegd tot een realistische weergave.
Hoogontwikkelde computertomografen maken het mogelijk het botaanbod op te meten en de botkwaliteit door dichtheidsmetingen te analyseren. De weergave is vervormingsvrij en metrisch exact, zodat ook de ligging en het verloop van de fijnste structuren zoals zenuwen ruimtelijk nauwkeurig te volgen zijn.
Doorsnedebeelden zijn afzonderlijke laagopnames van de kaak, waarop de hoogte en de breedte van het bot direct kunnen worden opgemeten. Door het samenvoegen van de doorsnedebeelden ontstaat een driedimensionale weergave van de kaak, die een zeer nauwkeurige diagnose en een precieze planning van de implantaatpositie mogelijk maakt.
DVT - Digitale volumetomografie
Nee. De digitale volumetomografie (DVT) heeft maar een fractie van de stralingsbelasting van een gebruikelijke computertomografie nodig en levert daarbij een zeer hoge resolutie. De duidelijk lagere stralingsbelasting geldt als wezenlijk voordeel van deze techniek.
Ja. Aan de hand van de DVT-gegevens kan een behandelaar zich al vóór de operatie op het beeldscherm door het bot bewegen en de lengte, de hellingshoek, het implantaattype en de ideale positie van de implantaten vastleggen. De volledige ingreep laat zich op die manier virtueel tot in detail plannen.
Nee, de digitale volumetomografie wordt door de wettelijke zorgverzekeringen niet vergoed. Ze wordt alleen aanbevolen wanneer ze in complexe en niet eenduidige situaties helpt de implantatie beter planbaar te maken en mogelijke risico's te vermijden.
Implantaatbehandeling met backward-planning
Bij backward planning wordt vanaf de beoogde prothetische voorziening achterwaarts gepland. De implantaten worden precies daar geplaatst waar de geplande tandvervanging ze nodig heeft voor een optimale bevestiging en een aantrekkelijke esthetiek.
Bij backward planning werken de chirurg respectievelijk de tandarts en de tandtechnicus als team samen. Zij plannen al vooraf op basis van een digitale, driedimensionale volumetomografie de individuele tandvervanging of een noodvoorziening van kunststof.
De analyse van de gegevens uit de digitale implantaatplanning levert precieze informatie over de best mogelijke tandstand. Met speciale planningssoftware worden het passende implantaatontwerp en de optimale implantaatpositie bepaald. De planning wordt uitgevoerd met behulp van een boormal.
Inheling van het implantaat
Osseo-integratie is het vast vergroeien van het kaakbot met het implantaat tijdens de inhelingstijd. Voorwaarde daarvoor is de primaire stabiliteit, dus het mechanische houvast dat de schroefdraad van het implantaat direct na het plaatsen geeft. De aanhechting van het bot schept de veilige basis voor de nieuwe tanden.
Het oppervlak beïnvloedt hoe het implantaat inheelt en hoe vast het in het kaakbot houdt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het macro-ontwerp, de materiële oppervlaktestructuur, en het micro-ontwerp, de fijne uitwerking van het oppervlak. Nieuwe, microscopisch gestructureerde oppervlakken moeten het inhelen versnellen.
Het tijdstip wordt bepaald door de primaire stabiliteit, dus het mechanische houvast bij het indraaien, en door de secundaire stabiliteit door de aanhechting van het bot aan het implantaat. Verdere criteria zijn het botaanbod en het soort geplande prothetische voorziening. Alleen de behandelend arts kan dat beslissen.
Digitale afdrukname met een intra-orale scanner
Ja. Een intraorale scanner wordt zonder aanraking langs de tanden van boven- en onderkaak geleid en legt de oppervlakken van tanden en tandvlees vast; speciale software zet de gegevens om in een 3D-beeld. Deze scan vervangt de conventionele afdruk met lepel en afdrukmateriaal.
Bij de digitale afdruk hoeven er geen vreemde voorwerpen zoals een afdruklepel of afdrukmassa langere tijd in de mond te blijven. De onaangename kokhalsneiging tijdens het uitharden van de afdrukmassa en mogelijke overgevoeligheid voor afdrukmaterialen vervallen. De scan kan zo nodig op elk moment worden onderbroken.
De gescande gegevens zijn in realtime beschikbaar en worden al tijdens het scannen gecontroleerd. Behoeft een gebied verbetering, dan wordt dat meteen aangegeven. Van intraorale scanners worden beter passende voorzieningen verwacht, zodat afdrukken niet herhaald en werkstukken niet opnieuw gemaakt hoeven te worden.
Het plaatsen van de tandvervanging
Beide is mogelijk: de tandvervanging kan op de implantaten worden vastgeschroefd of gecementeerd. Beide varianten zitten vast en kunnen net als natuurlijke tanden niet uit de mond worden genomen. Het bevestigen van de afgewerkte kronen, bruggen of tandenrijen na de inheling noemt men het plaatsen.
Wordt tandvervanging met klammers bevestigd, dan kan dat de overgebleven eigen tanden op de lange termijn beschadigen. Bij vastzittende, implantaatgedragen tandvervanging blijft dit nadeel patiënten bespaard, net als de slechte pasvorm van een klassieke prothese.
Pas dan, wanneer de patiënt weer alles kan kauwen, vrij kan spreken en onbezorgd kan lachen. De implantaatgedragen tanden moeten zich esthetisch aantrekkelijk en onopvallend tussen de natuurlijke voegen, na een korte gewenningsfase storingsvrij functioneren en de mimiek niet nadelig beïnvloeden.
CAD/CAM-techniek maakt computerondersteunde tandreconstructies mogelijk
Bijvoorbeeld uit zirkoniumdioxide, een zeer sterk en biocompatibel, dus goed verdraagzaam keramiek. Afzonderlijke tanden, bruggen en hele tandenrijen kunnen daaruit worden gefreesd. Het materiaal maakt een overtuigende pasnauwkeurigheid en een goede esthetiek mogelijk.
Ja. Het in het productiecentrum vervaardigde raamwerk van zirkoniumdioxidekeramiek wordt daarna in een tandtechnisch laboratorium met de hand exact aan de individueel gekozen tandkleur aangepast. Zo verbindt het keramiek een overtuigende pasnauwkeurigheid met een uitstekende esthetiek.
Nee. Het model van de geprepareerde tand wordt eerst met een laserscanner digitaal gescand, daarna modelleert een tandtechnicus het raamwerk op de computer met speciale software. De gegevens gaan naar een productiecentrum dat het raamwerk vervaardigt; de kleuraanpassing gebeurt vervolgens met de hand in het tandtechnisch laboratorium.
Bescherming tegen peri-implantitis
Een peri-implantitis is een bacteriële ontsteking van het weefsel rond een ingeheeld implantaat. Ze leidt tot pockets van meer dan vier millimeter diep en tot een sluipende botafname van meerdere millimeters. Zulke ontstekingen zijn de meest voorkomende oorzaak van late complicaties en kunnen in het ergste geval het verlies van het implantaat betekenen.
Een ontsteking bij het implantaat verloopt meestal pijnloos en is voor patiënten daarom moeilijk op te merken. Eerste tekenen zijn roodheid, bloeding en zwelling van het tandvlees rond het implantaat. Omdat de ontsteking zo stil verloopt, zijn regelmatige nacontroles in de tandartspraktijk belangrijk om haar vroeg te herkennen.
Een mucositis is vergelijkbaar met een tandvleesontsteking: er treden bloedingen op, maar het bot is nog niet aangetast en er zijn geen tekenen van botverlies. Bij een peri-implantitis is het bot al betrokken, het trekt zich terug en het implantaat kan losraken. De mucositis kan aan een peri-implantitis voorafgaan.
Nieuwe ontwikkeling van titanium en zirkonium: Roxolid®-implantaten
Roxolid is een implantaatmateriaal van titanium en zirkonium dat speciaal voor de dentale implantologie is ontwikkeld. De legering is steviger dan zuiver titanium, en mechanische tests hebben de hogere sterkte ten opzichte van zuiver titanium aangetoond. Ze belooft tegelijk goede inheeleigenschappen in het bot.
Implantaten met een kleinere diameter komen in aanmerking daar waar weinig bot of weinig ruimte aanwezig is, bijvoorbeeld in het frontgebied, bij zeer nauwe ruimtes tussen de tanden of bij een te dunne kaakwal. Is het kaakbot voor een implantaat van gebruikelijke dikte te smal, dan laat het dunnere implantaat zich weefselsparend plaatsen.
Omdat een smaller implantaat vaak in het aanwezige bot past, kan een anders noodzakelijke botopbouw achterwege blijven. Daarmee vervallen zowel de extra ingreep als de inhelingstijd daarvan, en wordt de behandelperiode korter. Ook het chirurgische trauma is geringer.
Implantaatsystemen moeten zekerheid bieden
Op de markt zijn meer dan honderd verschillende implantaatsystemen, en niet elk daarvan is volledig rijp voor de praktijk. In Duitsland werden in 2016 meer dan 900.000 implantaten geplaatst. Studies en wetenschappelijke beoordelingen helpen bij het kiezen van een geschikt systeem.
Ja, want alleen internationaal werkende fabrikanten kunnen ook in het buitenland hulp waarborgen. Dat is belangrijk voor mensen die zakelijk of privé veel reizen. Bij zeer kleine systemen kan het al binnen Duitsland problemen geven wanneer passend gereedschap en passende onderdelen ontbreken of er geen tandarts te vinden is die met het systeem vertrouwd is.
Bij gevestigde systemen moeten prothetische onderdelen en opbouwdelen ook na een modelwissel nog jarenlang leverbaar zijn. De praktijk heeft echter laten zien dat sommige aanvankelijk veelbelovende systemen zich op de markt niet hebben kunnen doorzetten. Daarom loont vóór de behandeling een blik op hoe bestendig het gekozen systeem is.
Implantaatoppervlakken zorgen voor een stevige verankering van het implantaat
De meeste implantaatuitvallen treden op in de vroege behandelfase, dus in de eerste acht weken na het plaatsen van het implantaat. Dat blijkt uit de klinische ervaring. Omdat er steeds meer implantaten worden geplaatst, komt het verkleinen van de risico's juist in deze vroege fase centraal te staan.
Samenstelling, ruwheid en structuur van het oppervlak bepalen mede hoe zeker bot en week weefsel zich aan het implantaat hechten. Daarvan hangen de primaire stabiliteit direct na het plaatsen en de secundaire stabiliteit na de inheling af. Opgeruwd wordt het deel van het implantaat dat met het bot in aanraking komt.
Het SLA-oppervlak ontstaat in twee stappen: eerst wordt het titaniumoppervlak met grove korrel gezandstraald, daarna volgt gedurende enkele minuten een sterk zuurbad. Zo ontstaat een structuur waarmee de botcellen zich kunnen verbinden. Kort na de introductie gold dit oppervlak als gold standard.
Actieve implantaatoppervlakken voor de optimalisatie van de implantaatstabiliteit
Een actief implantaatoppervlak is hydrofiel, het trekt dus vocht aan. Gebruikelijke titaniumoppervlakken zijn daarentegen hydrofoob en stoten vloeistoffen af. Het actieve oppervlak trekt snel bloed en eiwitten aan en moet daardoor de botvorming rond het implantaat bevorderen.
Door de moleculaire optimalisatie van het implantaatoppervlak zou de gemiddelde inhelingstijd korter moeten worden. Het contact tussen bot en implantaat zou vroeg en over het hele oppervlak duidelijk versterkt moeten worden, waardoor genezing en osseo-integratie, dus het vast ingroeien in het bot, versneld zouden moeten worden.
De actieve oppervlakken zijn een doorontwikkeling van het beproefde SLA-concept. Zij richten zich op de stabiliteit van het implantaat in de kritische vroege behandelfase en moeten de zekerheid tijdens de inhelingstijd verhogen. Daarmee zou de behandeling beter voorspelbaar moeten worden.
Tijdelijke implantaten
Tijdelijke implantaten, ook interimimplantaten genoemd, zijn dunnere implantaten die tussen de eigenlijke implantaten in het kaakbot worden geplaatst. Ze helen door het tandvlees heen in en dienen tijdens de inhelingstijd als tijdelijke verankering voor een noodvoorziening.
Op tijdelijke implantaten laat zich ofwel een tandkleurige, vastzittende brug verankeren ofwel een vast gefixeerde, maar uitneembare prothese. Ook een bestaande prothese kan daarvoor worden omgewerkt. Zo verlaat een patiënt de praktijk op de dag van de implantatie met zijn tijdelijke tandvervanging.
Ja, na de inheling van de permanente implantaten worden de interimimplantaten weer verwijderd. Tot dan houden ze elke belasting weg van de definitieve implantaten en van opgebouwde botgebieden. Daarmee moeten microbewegingen worden vermeden die het ingroeien in het bot verstoren.
Implantaten - garantie/wettelijke garantie
Merkfabrikanten geven in de regel meerdere jaren garantie op het implantaat en de opbouwdelen daarvan. Daar komen prestaties bij zoals klinische documentatie, compatibiliteit van de productonderdelen en scholing voor de behandelaars. Belangrijk is om vóór de behandeling na te gaan wat de toezegging precies omvat.
Zinvolle vragen zijn: vanaf wanneer geldt de toezegging, welke kosten worden vergoed, zijn er maximumbedragen of uitgesloten prestaties, hoe lang loopt zij en aan welke jaarlijkse controle- en profylaxeafspraken is zij gebonden. Beperkingen en uitsluitingen moeten voor patiënten al vóór de implantaatbehandeling navolgbaar zijn.
Garantietoezeggingen kunnen indicatiespecifieke beperkingen bevatten, en zwaar roken wordt daarbij uitdrukkelijk genoemd. Ook een niet uitgevoerde botopbouw of het innemen van bepaalde medicijnen kan een rol spelen. Wat in het afzonderlijke geval geldt, moet vóór de behandeling navolgbaar worden uiteengezet.
Planning van de individuele implantaatoplossing
Vóór een implantatie moet er een gezonde mondsituatie zijn. Cariëslaesies, tandaanslag, plaque en tandsteen op de tandwortels moeten verwijderd zijn. Ook tandvleesaandoeningen, tandvleespockets en veranderingen aan de worteltoppen moeten met succes behandeld en genezen zijn voordat de ingreep wordt gepland.
Of een tand nog behoudenswaardig is, moet per geval worden vastgesteld. Daarbij tellen de omvang van de behandeling, de prognose op succes, prothetische gezichtspunten en ook de kosten voor het behoud van de tand mee. Tanden die niet meer behoudenswaardig zijn, moeten vóór de implantaatchirurgische ingreep worden verwijderd.
In het adviesgesprek worden het verloop van de behandeling, het te verwachten resultaat en de risico's uitgelegd. Ook alternatieve behandelmogelijkheden moeten worden gepresenteerd. Over de kosten informeert een behandel- en kostenplan (Heil- und Kostenplan), waarin alle afzonderlijke posten zijn uitgesplitst. Bovendien moet een gedetailleerde diagnostiek voorafgaan.
Tandvleesaandoeningen - parodontale aandoeningen
Talrijke studies tonen een verband aan tussen een slechte mondgezondheid en een hartinfarct of beroerte. Recente publicaties noemen bij patiënten met chronische ontstekingsprocessen aan de tanden een tot 25 procent verhoogd risico op een coronaire hartziekte. Ook verbanden met reuma en artritis zijn onderzocht en aangetoond.
Bij een parodontitis hopen ontstekingsstoffen zich op in de verdiepte tandvleespockets. Via de bloedbaan kunnen ze in andere delen van het lichaam terechtkomen en daar verdere aandoeningen veroorzaken. Een tandvleesaandoening blijft daarom niet tot de mond beperkt, maar kan de gezondheid als geheel aantasten.
De meeste tandvleesaandoeningen en hun gevolgen zijn af te wenden als er vroeg wordt behandeld, de mondhygiëne grondig is en de patiënt actief meewerkt. Daar komt een langdurige begeleiding door het tandheelkundige team bij. Omdat een aandoening ook de rest van het lichaam kan belasten, helpt vroege herkenning de hele mens.
Gingivitis, de ontstekingsachtige verandering van het tandvlees
Tandvleesbloeding bij aanraking is een typisch teken van een gingivitis, dus van een ontstekingsachtige verandering van het tandvlees. Zij wordt meestal veroorzaakt door bacteriële aanslag en begint in de ruimten tussen de tanden. Het weefsel bij de tandhals is dan rood of gezwollen en bloedt bij contact met een ragertje of een sonde.
Nee, het omgekeerde is juist: juist op de ontstoken plekken moet de tandplak bijzonder grondig worden verwijderd. Veel mensen ontzien het bloedende gebied en reinigen het daardoor minder goed. Door zorgvuldige en blijvend verbeterde gebitsverzorging thuis kan een tandvleesontsteking weer genezen.
Een onbehandelde gingivitis kan op den duur het tandhoudende en tandondersteunende weefsel in gevaar brengen; aan één of meer tanden kan een parodontitis ontstaan. De ontsteking kan de vezels vernietigen die de tanden met het kaakbot verbinden, en later tot botafbraak leiden. De tanden gaan dan loszitten en kunnen verloren gaan.
Parodontitis, de ontstekingsaandoening van het tandvleesweefsel (parodontium)
Nee. Parodontitis is een ontstekingsachtige aandoening van het parodontium, het tandhoudende weefsel, en wordt in de volksmond vaak parodontose genoemd; medisch juist is dat niet. Parodontose zelf verloopt niet ontstekingsachtig. Een parodontitis kan op elke leeftijd, aan één of meer tanden en in verschillende gradaties optreden.
De oorzaak zijn bacteriën die zich tussen tand en tandvlees ophopen. Wordt de aanslag niet met tandenborstel en tandzijde verwijderd, dan ontstaat daaruit harde tandsteen en trekken de bacteriën langs de tand de diepte in. Zo vormen zich diepe pockets, die met de gebruikelijke reinigingsmethoden niet meer schoon te maken zijn.
Het immuunsysteem maakt tegen de bacteriën enzymen aan, die echter niet alleen de kiemen opruimen maar ook het parodontium vernietigen. In een gevorderd stadium breekt het kaakbot af. Zonder een intact parodontium heeft de tand in zijn tandkas geen houvast meer, hij gaat loszitten en kan verloren gaan.
Onderzoek bij een parodontale aandoening
Omdat eerdere aandoeningen zoals diabetes of hoge bloeddruk, ingenomen medicijnen en gewoonten belangrijk zijn voor de beoordeling. Ze worden bij de opname van de bevindingen samen met de acute symptomen uitgevraagd. Vaak wordt daarnaast gevraagd of familieleden parodontitis hebben gehad of hebben.
Ja, er bestaat een familiaire aanleg. Treedt een parodontitis ondanks nauwgezette mondhygiëne op, dan kan met een gentest worden onderzocht of zo'n aanleg aanwezig is. Bij genetisch belaste patiënten bestaat een sterk verhoogd risico om parodontitis te krijgen.
De parodontale status is een overzicht van het ziektebeeld dat de tandarts vóór het begin van de behandeling in een formulier van twee pagina's invult. Basis daarvoor zijn klinische en röntgenologische bevindingen, onder meer de gemeten pocketdiepten. Uit de diagnose stelt de tandarts vervolgens het behandelplan met alle verdere behandelstappen op.
Is weefselopbouw mogelijk?
Glazuurmatrixproteïnen zijn eiwitten waarmee de heropbouw van het parodontium, het tandhoudende weefsel, kan worden bevorderd. Ze bootsen de processen na die tijdens de tandontwikkeling verlopen, en stellen het lichaam daardoor in staat het natuurlijke parodontium van wortelcement, vezelbundels en bot opnieuw te vormen.
De natuurlijke verankering bestaat uit drie basiselementen: het wortelcement, minuscule vezelbundels die wortelcement en kaakbot met elkaar verbinden, en het kaakbot zelf. Is dit parodontium door een parodontitis afgebroken, dan kan het afhankelijk van de mate van afbraak gedeeltelijk weer worden opgebouwd.
Normaal gesproken volstaat een eenmalige toepassing. Het daardoor op gang gebrachte regeneratieve proces zet zich daarna over een langere periode voort, meestal langer dan een jaar. Hoeveel weefsel kan worden teruggewonnen, hangt ervan af hoe sterk het parodontium is afgebroken.
Weefselregeneratie na een initiële behandeling
Nee. Het bot dat door de ontsteking verloren is gegaan, groeit zonder ondersteunende maatregelen niet meer aan. Ook de overige weefsels van het parodontium herstellen zich vanzelf maar mondjesmaat. Afhankelijk van de mate van afbraak kan het parodontium door regeneratieve maatregelen gedeeltelijk weer worden opgebouwd.
Het lange aanhechtingsepitheel is een weefsel dat het lichaam bij zijn eigen herstel samen met littekenweefsel vormt. De tand is dan niet meer via het ligament stevig met het bot verbonden, maar alleen nog door bindweefsel omgeven. Bovendien ontstaat een glijbaan waarlangs nieuwe bacteriën de tandvleespocket opnieuw kunnen bevolken.
Niet per se. Na de initiële behandeling heerst er weliswaar weer een ontstekingsvrije omgeving, maar de diepe tandvleespockets kunnen nog steeds aanwezig zijn. In veel gevallen is daarom een aanvullende behandeling nodig die het lichaam helpt bij de heropbouw van het parodontium.
Met membraantechniek gestuurde weefselregeneratie
Het membraan dient als mechanische barrière tussen botdefect en zacht weefsel, zodat het defect ongestoord kan genezen. Het verhindert dat de mucosa, dus het zachte weefsel, in de holte van het botdefect ingroeit, en maakt daar een ongestoorde kolonisatie door botvormende cellen mogelijk.
GTR staat voor gestuurde weefselregeneratie, GBR voor gestuurde botregeneratie. Beide werken met de membraantechniek en komen in aanmerking wanneer bot dat door een parodontitis verloren is gegaan door regeneratieve maatregelen moet worden gecompenseerd. In bepaalde gevallen is dat mogelijk.
Omdat zacht weefsel sneller geneest dan bot. Zonder barrière zou het in het defect ingroeien en de vorming van het nieuwe bot in gevaar brengen. Daarom wordt het met een membraan bij het defect vandaan gehouden, zodat zich daar botvormende cellen kunnen vestigen.
Behandeling met een antibioticatherapie
Antibiotica komen in aanmerking om kiemen te verminderen en ook de diepste, slecht bereikbare plekken van de tandvleespockets te bereiken. Ze worden begeleidend bij de behandeling ingezet of als speciaal preparaat rechtstreeks in de tandvleespockets gebracht. Voorwaarde zijn een optimale plakcontrole en de nauwgezette medewerking van de patiënt.
Chloorhexidinepreparaten verminderen het aantal bacteriën wanneer ze in de geïnfecteerde tandvleespockets worden aangebracht. Ook spoelen met bacteriereducerende oplossingen kan de initiële therapie ondersteunen. Welke maatregelen worden samengesteld, hangt af van de geplande therapie en van de afzonderlijke patiënt.
Slechts ten dele. Bij de klassieke, conservatieve parodontale therapie worden verloren weefsels maar in beperkte mate teruggewonnen. Is het verlies aan substantie groot, dan moet na afsluiting van deze behandeling nieuw weefsel door een chirurgische ingreep worden opgebouwd.
Regeneratieve behandeling voor de heropbouw van het tandvleesweefsel (parodontium)
De regeneratie begint onmiddellijk na de behandeling met glazuurmatrixproteïnen en zet zich over een langere periode voort. In sommige gevallen duurt het substantievormende proces langer dan een jaar. Opnieuw opgebouwd worden daarbij wortelcement, vezelbundels en bot.
Glazuurmatrixproteïnen zijn wetenschappelijk gedocumenteerde producten en zijn wereldwijd bij meer dan een miljoen patiënten toegepast. Ze bootsen de processen na die tijdens de tandontwikkeling verlopen, en stellen het lichaam zo in staat het natuurlijke parodontium te herstellen.
Litteken- en bindweefsel beïnvloeden de prognose van de eerder aangedane tanden negatief. Regeneratieve methoden zoals de toepassing van glazuurmatrixproteïnen moeten dat voorkomen en in plaats daarvan het volledige parodontium van wortelcement, ligament en bot herstellen, het liefst meteen in vorm en functie.
Recessiedefect - terugtrekking van tandvlees en bot
Er zijn aandoeningen waarbij het tandvlees en het daaronder liggende bot zich terugtrekken zonder dat er eerder een ontsteking was. Veelvoorkomende oorzaken zijn verkeerd tandenpoetsen, standafwijkingen van de tanden of tandenknarsen. In de parodontologie wordt deze grotendeels ontstekingsvrije terugtrekking een recessiedefect genoemd.
Nee. Het terugwijken van het tandvlees is weliswaar een esthetische beperking, maar kan ook klachten veroorzaken. Door de blootliggende tandhalzen en hun overgevoeligheid ontstaat voor de betrokkene vaak pijn.
Blijft de parodontitis onbehandeld, dan schrijdt het ontstekingsproces voort en bereikt het na enige tijd dieper gelegen delen van de tandwortel. Daarbij ontstaan botdefecten, die meestal trechtervormig zijn en zich in het gebied tussen de tanden bevinden.
Tandaanslag, de biofilm van bacteriën
Al na twee dagen beschadigt de aanslag het tandglazuur. Tandplak, ook plaque of biofilm genoemd, bestaat uit bacteriën en hun stofwisselingsproducten, voedselresten en bestanddelen van het speeksel. Hij is taai, hecht zich stevig aan de tanden en groeit verder als hij niet wordt verwijderd.
Omdat de aanvankelijk zachte aanslag zich in de loop van de tijd ontwikkelt tot een harde laag die met de tandenborstel niet meer te verwijderen is. Deze tandsteen heeft een ruw oppervlak, en juist dat is de ideale basis voor de aanhechting van verdere bacteriën.
Nee. In een gezonde mondholte bestaat onder normale omstandigheden een complex evenwicht tussen de bacteriën op het slijmvlies en die op de tandoppervlakken. Pas wanneer dit evenwicht door verschillende factoren sterk wordt verstoord, kunnen ziekteverwekkende kiemen zich vermenigvuldigen en schade aanrichten.
Initiële therapie bij parodontale aandoeningen
Bij de curettage worden tandvleespockets en worteloppervlakken onder plaatselijke verdoving grondig gereinigd. Met speciale instrumenten, bijvoorbeeld ultrasone instrumenten, verwijdert de behandelaar de harde aanslag die diep onder het tandvlees op de tandwortels vastzit, en maakt hij de wortels glad. Een gesloten of open curettage wordt in de regel door de wettelijke zorgverzekering (Krankenkasse) betaald.
Niet noodzakelijk. Weefselsparender methoden, vaak minimaal invasief genoemd, maken het mogelijk ook diepere tandvleespockets te reinigen zonder ze open te snijden. Doel van de behandeling is de kiemen te verwijderen die de aandoening veroorzaken, de pockets te verkleinen en een gezonde bacterieflora tot stand te brengen.
Tanden die al sterk loszitten kunnen zo nodig worden gestabiliseerd door ze aan de achterzijde met een spalk aan elkaar te verbinden. Daarnaast worden in de eerste fase van de behandeling schuilplaatsen voor bacteriën opgeruimd, zoals die bijvoorbeeld bij uitstekende kroonranden of beschadigde vullingen ontstaan.
Eerste bezoek aan de tandartspraktijk
Aanbevolen wordt het eerste bezoek binnen een half jaar na het doorbreken van de eerste melktand, dus normaal gesproken rond de eerste verjaardag. Ouders kunnen de afspraak het beste tijdig aankondigen, zodat het kind zich erop kan instellen.
Kinderen nemen de angsten van hun ouders onbewust over. Daarom komt het aan op een positieve woordkeuze. Zinnen als “je hoeft niet bang te zijn” of “dat doet vast helemaal geen pijn” geven de verkeerde signalen. Beter is een formulering als “je mag je erop verheugen, vandaag worden je tanden grondig bekeken”.
Omdat de eerste behandeling voor kinderen erg bepalend is, is een profylaxebehandeling geschikt als zachte start. Regelmatige controlebezoeken helpen het kind een positieve band met de tandarts op te bouwen. Terloops worden problemen die optreden vroeg herkend en zijn ze dan gemakkelijk te behandelen.
Vanaf wanneer tanden poetsen
Ja. Al vóór het doorbreken van de eerste tandjes kan de kaakwal regelmatig en zacht met een zachte kindertandenborstel worden gemasseerd. Bijzonder geschikt zijn vingertandenborstels, omdat de uitgeoefende druk daarmee heel goed te doseren is.
Kleine kinderen lopen al heel vroeg gevaar door verschillende soorten suiker, die tot cariës kunnen leiden. Uiterlijk zodra de eerste tand is doorgebroken, moet daarom met tandenpoetsen worden begonnen. Wordt er vroeg en spelenderwijs begonnen, dan accepteren kinderen het poetsen beter en wennen ze aan zorgvuldige mondhygiëne.
Goed verzorgde melktanden zijn de beste voorwaarde voor gezonde blijvende tanden. Wie als kind de juiste gebitsverzorging leert, heeft een grote kans om ook als volwassene van gezonde tanden te genieten.
Ingrepen met dentale lasertechniek
Dentale lasers worden onder andere gebruikt bij het prepareren van een tand voor een vulling, bij het steriliseren van wortelkanalen, bij het blootleggen van implantaten en bij het zachte verwijderen van cariës. Een ander toepassingsgebied is de bestrijding van infecties aan het tandvlees. Ook bij het verzegelen van tanden ondersteunt de laser het resultaat.
Met het hoogenergetische licht van dentale lasertechniek kunnen ingrepen zachter worden uitgevoerd. Behandelingen aan tanden, tandvlees en de zachte weefsels van de mondholte moeten minder invasief en minder belastend uitvallen. Doel van het lasergebruik zijn weefselsparende ingrepen en steriel werken met weinig bloedverlies.
Laserbehandelingen horen tegenwoordig steeds meer bij de dagelijkse praktijk van de tandheelkunde, omdat er steeds meer efficiënte therapiemogelijkheden zijn ontstaan die wetenschappelijk zijn onderbouwd. Voor welke ingreep de laser zinvol is, beslist de tandarts.
Tandextractie - wanneer tanden verwijderd moeten worden
Met tandextractie wordt de verwijdering van een tand bedoeld zonder dat een grotere snede nodig is; daarbij wordt de complete tand verwijderd. Volstaat dat niet, bijvoorbeeld omdat de tand ongunstig ligt of de wortel gekromd is, dan wordt er operatief te werk gegaan.
Een operatieve tandverwijdering kan nodig worden bij brokkelige tandwortels, evenzo wanneer de tandhals vernietigd of sterk beschadigd is, wanneer de tandwortel gekromd of geknikt is of wanneer de gehele tandsubstantie door cariës sterk is aangetast. Ook verplaatste tanden die gedeeltelijk of geheel onder het tandvlees liggen, worden operatief verwijderd.
Het trekken van een tand is een routineprocedure die in de meeste gevallen onder plaatselijke verdoving kan plaatsvinden, als infiltratie- of geleidingsanesthesie. Bij een gecompliceerde ligging van de tand, bij de verwijdering van meerdere tanden of op wens van de patiënt kan de ingreep ook onder narcose plaatsvinden.
Zonder angst naar de tandheelkundige behandeling
Angst, een zekere bezorgdheid en een onaangenaam gevoel vóór een aanstaand tandartsbezoek zijn een reactie die bij veel mensen optreedt. Dankzij de nauwkeurige uitschakeling van de pijn is daar tegenwoordig echter geen reden meer voor, want de verdoving is exact te doseren en veilig.
De uitschakeling van de pijn is tegenwoordig exact te doseren en veilig, en maakt ook langdurige en complexe ingrepen nauwelijks merkbaar. Patiënten kunnen een behandeling daardoor ontspannen en rustig ondergaan. Welke methode wordt gebruikt, wordt in elk afzonderlijk geval tussen behandelaar en patiënt besloten.
Behandelconcepten die individueel op de afzonderlijke patiënt zijn afgestemd, maken een ontspannen behandeling in een rustige sfeer mogelijk. Nieuwe, zachte therapievarianten en minimaal invasieve ingrepen verminderen de belasting duidelijk en maken vooral voor gevoelige mensen het bezoek aan een tandartspraktijk gemakkelijker.
Narcose door de anesthesist
De manier waarop de pijn wordt uitgeschakeld reikt van de plaatselijke verdoving via de sedatie en de roesnarcose tot de algehele narcose. Zij wordt precies afgestemd op de ingreep en op de persoonlijke pijnbeleving van de patiënt. Welke methode in aanmerking komt, wordt in een uitvoerig adviesgesprek besproken.
Bij behandelingen onder algehele narcose begeleidt een speciaal bijgeschoolde anesthesioloog de patiënt tijdens de ingreep en in de ontwaakfase. De anesthesioloog leidt de narcose in en bewaakt onafgebroken de lichaamsfuncties zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk. Ook na de ingreep worden de vitale functies in speciale verkoeverkamers voortdurend gecontroleerd.
Ingrepen bij patiënten met risicofactoren vinden plaats onder bewaking van de bloedsomloop en met professionele, onafgebroken monitoring. Over de passende vorm van pijnuitschakeling beslissen de patiënt, de behandelend arts en bij een narcose bovendien de anesthesioloog samen in het adviesgesprek.
Endodontische behandeling of wortelpuntresectie
Doel van een wortelkanaalbehandeling, ook endodontische behandeling genoemd, is een tand functioneel te behouden. Daarbij worden bacteriën en ontstekingen van de tandzenuw in de binnenruimte van de tand behandeld en wordt de overblijvende holte afgesloten. In de meeste gevallen zijn ontstekingen op deze manier te genezen.
Na een geslaagde wortelkanaalbehandeling zijn de behandelde tand en de structuren daaromheen weer symptoomvrij. De volledige genezing wordt daarnaast met een röntgenfoto gecontroleerd. Een succesvol wortelkanaalbehandelde tand hoort een parodontale spleet van normale breedte te hebben.
Dan biedt de wortelpuntresectie nog een mogelijkheid om de tandsubstantie te redden. Daarbij worden de geïnfecteerde punt van de tandwortel en het omringende ontstoken weefsel in een poliklinische ingreep verwijderd, in de regel onder plaatselijke verdoving. Anders dan bij de conventionele wortelbehandeling via de tandkroon wordt de wortel daarbij via het kaakbot bereikt.
Sportgebitsbeschermer - de belangrijke bescherming voor uw tanden
Een sportmondbeschermer wordt aanbevolen voor kinderen, jongeren en sportief actieve volwassenen. Bij een groot aantal sporten bestaat een niet gering gevaar voor letsel aan lippen, wangen, tong en tanden. 95 procent van alle tandletsels gebeurt vóór het 21e levensjaar, bijvoorbeeld bij het inlineskaten of skateboarden.
Hij behoedt voor onnodig tandverlies, voor vervelend letsel en voor fracturen, dus breuken van de tanden. Naast de tanden lopen ook lippen, wangen en tong gevaar. Ook voor volwassenen ontstaat bij veel sporten een verhoogd risico op zulk letsel.
Eerst neemt de tandarts een afdruk. Daarna vervaardigt een tandtechnisch laboratorium de beschermer individueel en sportspecifiek voor de drager uit een speciale kunststof. Omdat er kunststof wordt gebruikt, zijn er bij de gewenste kleurstelling nauwelijks grenzen aan de fantasie.
Snurkbeugels - hulp bij slaapgerelateerde aandoeningen
Snurken kan veel oorzaken hebben. Vaak zakt de tong terug in de keelholte en vernauwt daar de luchtwegen. Op die vernauwing gaat het weefsel trillen, en die trilling brengt het geluid voort. Snurken geldt als een slaapstoornis en neemt met de leeftijd toe.
Een snurkbeugel is een mechanische constructie die de onderkaak betrouwbaar en gecontroleerd in een naar voren geschoven positie brengt. Daardoor moet de luchtweg worden geopend en het snurken worden voorkomen. De beugel geldt als eerste en eenvoudigste hulp bij snurken.
Nee, de beugel bestaat normaal gesproken uit kunststof en wordt in een speciale procedure individueel voor de eigen tanden gemaakt. Vóór de behandeling van een slaapstoornis staat bovendien de precieze diagnose, want in de wetenschap worden zeer uiteenlopende slaapgebonden aandoeningen onderscheiden.
Dentoalveolaire chirurgie
Het begrip is samengesteld uit het Latijnse woord dens voor tand en het woord alveole, de medische vakterm voor de tandkas. Bedoeld wordt daarmee de chirurgie van de mondholte, dus de kleinere chirurgische ingrepen aan de tanden en aan het aangrenzende kaakbot.
Ja. Tot de dentoalveolaire chirurgie behoren onder andere de verwijdering van verstandskiezen, de chirurgische tandverwijdering en de tandextractie, behandelingen aan de worteltop en het verwijderen van wortels, evenals het verwijderen of blootleggen van tanden die in het bot liggen of diep zijn aangetast.
De moderne technieken van de dentoalveolaire chirurgie berusten steeds meer op zo minimaal mogelijk invasieve methoden, dus op procedures met een zo klein mogelijke toegang en een geringe belasting van het weefsel. Ze worden ontwikkeld met het doel van een zo groot mogelijke patiëntveiligheid.
Lip-, kaak- en gehemeltespleten
Ze vormt zich al tijdens de zwangerschap. Zo'n spleet beïnvloedt niet alleen het uiterlijk, ze kan ook tot aanzienlijke functionele stoornissen bij het kauwen, slikken en spreken leiden. Daarom wordt ze volgens een langlopend concept behandeld.
De behandeling verloopt altijd vakoverstijgend en in nauw overleg tussen mond-, kaak- en aangezichtschirurg, orthodontist, keel-, neus- en oorarts en logopedist. Doel is een genormaliseerd uiterlijk en een klachtenvrije functie van het kauwstelsel, zo mogelijk vóór de schoolstart.
De gehemelteplaat is normaal gesproken een van de eerste behandelstappen en wordt het kind in de eerste levensdagen ingezet. Ze maakt het drinken voor de baby gemakkelijker. Door uitslijpen aan de onderzijde van de plaat kan bovendien de tandboog worden gevormd of de spleet worden versmald.
Traumatologie, behandeling van letsel door ongevallen
Door een trauma verloren tanden, letsels van de weke delen en verwondingen van de kaken of van de botstructuren van de schedel horen in de handen van specialisten voor mond-, kaak- en aangezichtschirurgie. Zij werken met moderne beeldvormende technieken om alle letsels te herkennen en risico's zo veel mogelijk uit te sluiten.
De osteosynthese is een operatieve methode van fractuurbehandeling, dus van de behandeling van botbreuken. De bij elkaar horende botfragmenten worden daarbij in een zo normaal mogelijke stand gebracht en met platen en schroeven gefixeerd. Doel is het snelle herstel van de volledige functie.
Verwondingen van de aangezichtsschedelbotten worden zo mogelijk intraoraal behandeld. Dat wil zeggen dat de snede binnen de mondholte verloopt. Zichtbare littekens in het gezicht kunnen op deze manier beperkt blijven.
Dysgnathiechirurgie - behandeling van een kaak- of tandstandafwijking
Bij een dysgnathie zijn bovenkaak en onderkaak ongelijk ontwikkeld en oogt het gezichtsprofiel onharmonisch. Daar komen functionele gevolgen bij zoals een belemmerde neusademhaling, problemen met de kaakgewrichten en vroegtijdig tandverlies.
Nee. Een dentale dysgnathie, dus een verkeerde stand van de tanden, en kleinere skeletale afwijkingen van de kaken laten zich orthodontisch behandelen. Pas grotere afwijkingen worden operatief gecorrigeerd, en wel in nauw overleg met de orthodontist.
Nee. De correctie van kaak- en tandstandafwijkingen is nodig om functionele problemen zoals een verstoorde kauwfunctie of kaakgewrichtsklachten door blijvende over- en verkeerde belasting te voorkomen of te verhelpen. De correctie kan zonder uitwendige huidsneden en met minimaal invasieve operatiemethoden plaatsvinden.
Cariësinfiltratie - een methode zonder boren
Niet in alle gevallen. Bij de cariësinfiltratie wordt een zeer dunvloeibare kunsthars in de glazuurcariës gebracht, die de diffusiewegen voor cariësveroorzakende zuren blokkeert. Boren is bij deze vorm van cariësbehandeling niet nodig.
De methode berust erop een beginnend tandbederf zo vroeg mogelijk te behandelen, voordat het gevreesde gat in de tand ontstaat. Hoe eerder de beginnende cariës wordt ontdekt, des te beter. Het gaat om een micro-invasieve methode die gezonde tandsubstantie moet sparen.
Na het uitharden verhindert de ingedrongen kunsthars dat cariësveroorzakende kiemen verder doordringen. Ook de koolhydraten die deze kiemen voor hun vermeerdering nodig hebben en hun stofwisselingsproduct zuur komen niet meer in de diepte. Dit zuur is verantwoordelijk voor de demineralisatie, dus de ontkalking van de tandsubstantie.
Gebruik van operatiemicroscopen in de microchirurgie
De operatiemicroscoop laat verborgen, fijne gebieden zien, die zich dan ook laten behandelen. Vergrotingen tot 25 keer zijn mogelijk. De verlichting brengt het licht precies daar waar het nodig is, zodat zelfs wortelkanalen verlicht en in beeld gebracht kunnen worden.
Hij wordt ingezet bij wortelkanaalbehandelingen, dus in de endodontologie, bij chirurgische ingrepen voor preciezere operatiemethoden, bij de behandeling van parodontale aandoeningen, dus van aandoeningen van het tandvleesweefsel, en bij de vullingstherapie.
De vergrote weergave maakt minimaal invasieve behandelmethoden mogelijk, dus ingrepen met een zo klein mogelijke toegang. Ook complexe ingrepen laten zich met hoge precisie en maximale sparing van de tandsubstantie uitvoeren. Behandelen laat zich alleen wat werkelijk te zien is.
Ozontherapie - ziektekiemen doden zonder bijwerkingen
Een klassieke indicatie van de ozontherapie is de behandeling van een parodontitis, dus van een ontsteking van het tandvleesweefsel. Het gebruik van ozon moet het aantal kiemen in de tandvleespockets verlagen en kan de bloedingsneiging verminderen.
Ja, voor de desinfectie van moeilijk bereikbare wortelkanalen. Vóór de ozontherapie worden de kanalen mechanisch voorbehandeld en gereinigd. Verdere toepassingsgebieden zijn kaakgewrichtsneuralgieën en de kiemreductie bij cariës aan de tandhals en op gladde tandvlakken.
Er wordt een zeer kleine hoeveelheid gebruikt, die als onschadelijk geldt en de verwekkers pijnarm en zonder bijwerkingen moet doden. Voor de patiënt ligt het voordeel in een pijnarme en kortere behandeling dan bij een conventionele therapie.
Studies naar implantaatkosten en kwaliteit van leven
Economisch is een implantaatoplossing vooral aan te bevelen wanneer de overige tanden helemaal niet of slechts minimaal behandeld hoeven te worden en er voldoende kaakbot aanwezig is. Tot dit resultaat komt een onderzoek naar de economische aspecten van implantaten bij de vervanging van afzonderlijke ontbrekende tanden.
Ja. Een wetenschappelijk overzichtsartikel over de kosteneffectiviteit van tandimplantaten beoordeelt het enkele implantaat bij de vervanging van één tand als een kosteneffectieve behandeloptie in vergelijking met de traditionele driedelige vaste brug.
Bij de vervanging van meerdere tanden gingen implantaten in onderzoeken weliswaar gepaard met hogere aanvankelijke kosten dan andere behandelopties, maar tegelijk met sterkere verbeteringen van de kwaliteit van leven die met de mondgezondheid samenhangt. Dat geldt voor vaste zowel als voor uitneembare implantaatgedragen tandvervanging.
Nauwkeurige pijnuitschakeling bij de implantatie
Voor de meeste implantaties volstaat een plaatselijke verdoving om de behandeling pijnvrij te maken. De voordelen ervan zijn het geringe medische risico, de lagere tijds- en kosteninspanning en de mogelijkheid dat de patiënt tijdens de ingreep meewerkt. Een anesthesist hoeft hem daarbij niet voortdurend te bewaken.
Bij een sedatie, de zogenoemde roes, blijven patiënten tijdens de hele ingreep bij bewustzijn, zijn ze aanspreekbaar en kunnen ze op aanwijzingen reageren. Aan details van de implantatie herinneren zij zich achteraf echter niet. Na het ontwaken zijn zij betrekkelijk snel weer inzetbaar.
Een algehele narcose is vooral aan te bevelen wanneer er veel implantaten worden geplaatst of omvangrijke botopbouwende maatregelen nodig zijn. Een ervaren anesthesist begeleidt de patiënt in de inslaapfase, tijdens de ingreep en bij het ontwaken en bewaakt ademhaling, bloedsomloop, bloeddruk en hartfunctie.
Professionele gebitsreiniging
Aan het begin staan een grondig onderzoek van het gebit, een systematische bevindingsopname en een voorlichtend gesprek met tips voor de juiste gebitsverzorging. Daarna worden de afzettingen op de tandoppervlakken, in de tandtussenruimten en in de tandvleespockets verwijderd. Tot slot worden de tanden gepolijst en met fluoridelak bedekt.
Een grondige reiniging van de tanden kan cariës en parodontitis verminderen, in veel gevallen zelfs voorkomen. Professionele gebitsreiniging, cariësprofylaxe en begeleidende behandelingen in de parodontale therapie bieden deze bescherming. Ze vullen de dagelijkse gebitsverzorging thuis aan, maar vervangen die niet.
De fluoridelak die aan het slot van de behandeling wordt aangebracht, beschermt de gereinigde tandoppervlakken tegen de zuuraanvallen van de mondbacteriën. Daarvoor worden de tanden glad gemaakt, want bacteriën hechten zich vooral op ruwe en gebarsten plekken vast.
Met poeder-waterstraalapparaten kan aanslag worden verwijderd
Daarvoor wordt een poeder-waterstraalapparaat ingezet. Het brengt een water-luchtmengsel met een speciaal reinigingspoeder aan en verwijdert daarmee verkleuringen en pigmentafzettingen van de tandoppervlakken, zoals die door roken en door het gebruik van thee of koffie ontstaan. Het gebruik ervan hoort bij de professionele gebitsreiniging.
Aan het water-luchtmengsel wordt een speciaal reinigingspoeder van calciumcarbonaat en natriumbicarbonaat of een glycinepoeder toegevoegd. De druk van de waterstraal bereikt daarmee ook lastige plekken zoals diepe tandvleespockets of nauwe tandtussenruimten. Bij gevoelige weefseloppervlakken is een mild poeder belangrijk.
De wettelijke zorgverzekeringen vergoeden de kosten van een professionele gebitsreiniging normaal gesproken niet. Particuliere zorgverzekeringen en aanvullende verzekeringen vergoeden ze afhankelijk van het tarief. Aan het gebruik van een poeder-waterstraalapparaat zijn in het kader van de gebitsreiniging in de regel geen extra kosten verbonden.
Na de gebitsreiniging volgt het polijsten van de tanden
Door de voorafgaande reinigingsstappen zijn de tandoppervlakken ruw geworden en zouden ze zonder gladmaken snel weer door bacteriën en afzettingen bezet worden. Het polijsten maakt ze glanzend en zeer glad en bemoeilijkt daardoor de nieuwvorming van afzettingen.
De gladde tandvlakken worden met kleine rubberkelkjes en borsteltjes en met verschillend gekorrelde, fluoridehoudende polijstpasta hoogglanzend gepolijst. Tot slot zorgt het aanbrengen van fluoridehoudende gels of lakken voor een extra beschermlaagje op de tanden.
Ja, de interdentale ruimten, dus de ruimten tussen de tanden, worden nog een keer fijn gereinigd en aansluitend met tandzijde, superfloss of polijststrips glad gemaakt. De reden is dezelfde als bij de overige vlakken: op gladde oppervlakken vormen zich moeilijker nieuwe afzettingen.
PZR pocketreiniging
Ontstoken tandvlees toont zich door roodheid en zwelling. Daar komen hinderlijk bloedend tandvlees en een onaangename mondgeur bij, later vormen zich tandvleespockets. In deze pockets verzamelen zich bacteriën die uiteindelijk tot een parodontitis kunnen leiden.
Onder een parodontitis wordt een ontstekingsziekte van het tandvlees en van het tandvleesweefsel verstaan. Ze kan ontstaan uit bacteriën die zich in tandvleespockets ophopen. Daaraan is meestal een ontstoken tandvlees met roodheid, zwelling en bloedend tandvlees voorafgegaan.
De pockets worden met een antibacteriële spoeloplossing uitgespoeld, wat het aantal kiemen in de mondholte verlaagt, en met ultrasone en handinstrumenten gereinigd. Dat bevordert het natuurlijke genezingsproces, zodat de tandvleespockets zich weer kunnen sluiten. Het omgaan met deze instrumenten vereist speciale kennis en ervaring.
Tongreiniging kan het cariësrisico verlagen
Een regelmatige reiniging van de tong moet het individuele cariësrisico verlagen en de nieuwvorming van tandplak verhinderen. Daarnaast belooft ze een frissere adem: bacteriën koloniseren de tong gemakkelijk en veroorzaken daar een onaangename mondgeur.
Beslag op de tong verstoort vaak de smaakzin. Na een reiniging reageren de over de tong verdeelde smaakreceptoren weer gevoeliger. Het beslag bestaat uit bacteriën die eiwitten afbreken en daarbij zwavelhoudende gassen vrijmaken.
Voor de reiniging en verzorging van de tong bestaan speciale hulpmiddelen: tongborstels, tongschrapers en combinaties van beide. Ze verwijderen het bacteriële beslag van de tong, dat vaak de oorzaak is van een onaangename mondgeur en een slechte adem.
Slechte adem is voor velen een taboe
De bron van de onaangename geur ligt in de meeste gevallen, ongeveer 90 procent, in de mond zelf. Oorzaak van een onaangename mondgeur, medisch halitose, is een bacteriële afbraak van organisch materiaal in de mondholte. Tongbeslag hoort naast gebrekkige mondhygiëne en een slechte gebitstoestand tot de meest voorkomende veroorzakers.
Verantwoordelijk zijn anaeroben, dus micro-organismen die in een zuurstofvrij milieu leven. Ze vestigen zich tussen de tongpapillen van het tongoppervlak, in de keel en in tandvleespockets. De meeste orale bacteriën bevinden zich op het tongoppervlak, vooral op de tongrug.
Dat komt voor, maar is het zeldzamere geval. Slechts bij een klein deel van de betrokkenen worden de onaangename geuren veroorzaakt door problemen aan inwendige organen of door bestaande ziekten. Ongeveer 90 procent van de gevallen heeft zijn oorzaak in het gebied van de mondholte.
Volkeramische gebitsrestauratie voor esthetisch aansprekende resultaten
Zirkoniumoxide is een volkeramisch en daarmee volledig metaalvrij, biocompatibel materiaal, dat zich in de tandheelkunde sinds jaren als raamwerkmateriaal heeft gevestigd. Het bezit goede fysische eigenschappen en in zijn functie eigenschappen die lijken op die van de natuurlijke tandsubstantie.
Zirkoniumoxide is geschikt voor veeleisende esthetische tandrestauraties, van de enkele kroon tot aan wijdoverspannende bruggen in het zijdelingse gebied. Het wordt vooral aanbevolen voor patiënten die waarde hechten aan een metaalvrije voorziening en voor mensen die neigen tot overgevoeligheidsreacties.
Zirkoniumoxide heeft een dentine-achtige basiskleur, dus een kleurtoon dicht bij het natuurlijke tandbeen, en een goede lichtdoorlatendheid. Kleurgeving en lichtweerkaatsing van veneers, inlays, kronen en bruggen laten behandelde tanden daardoor eruitzien als natuurlijke tanden.
Bepaling van tandkleur en tandvorm
Het bepalen van de tandkleur moet gebeuren zonder beïnvloeding door storende lichtbronnen of andere lichtinvloeden uit de omgeving. Alleen zo laat de natuurlijke kleurgeving zich betrouwbaar op de nieuwe tanden overbrengen. De kleurbepaling geldt als een van de moeilijkste werkstappen bij het vervaardigen van tandvervanging.
De verschillende natuurlijke tandkleuren ontstaan door de breking van het licht aan het harde tandweefsel. Hoe de kleur uitvalt, bepaalt de samenstelling van glazuur en dentine, dus van de buitenste harde laag en van het daaronder liggende tandbeen. Daarom wordt de passende kleur voor elke patiënt afzonderlijk bepaald.
Tandvervanging geldt als geslaagd wanneer ze esthetisch aanspreekt, functioneel overtuigt en niet als tandvervanging wordt herkend. Ze moet homogeen in het natuurlijke gebit passen. Vanuit het oogpunt van de patiënt zijn kleur en vorm daarvoor bepalend en daarmee doorslaggevend voor het resultaat van de behandeling.
Vullingen van keramiek of kunststof
Amalgaamvullingen vertonen even goede houdbaarheidswaarden als keramische inlays of composieten. Vanwege hun kwikgehalte gelden ze echter als minder aan te bevelen. Keramische vulmaterialen en moderne kunststoffen voldoen eveneens aan de eisen op het gebied van stabiliteit, houdbaarheid, verdraagbaarheid en uiterlijk.
Composieten, dus kunststofmaterialen, worden gebruikt bij kleinere defecten in het front- en het zijdelingse gebied. Ze gelden in de praktijk als waardevolle en veelzijdige materialen. Zoals elke vulling moeten ze stabiel en lang houdbaar zijn, het lichaam niet belasten en er esthetisch uitzien.
Keramische inlays, dus passende inlegvullingen van keramiek, mogen zich in vorm en kleur niet van natuurlijke tanden onderscheiden. Ze zijn de juiste keuze wanneer een natuurlijk uiterlijk en een hoge houdbaarheid gewenst zijn. Het materiaal biedt bovendien een zeer hoge kauwstabiliteit.
Bleaching - de tanden op een zachte manier lichter maken
Verkleuringen kunnen veel oorzaken hebben: tabak, medicijnen en levensmiddelen zoals koffie, thee of rode wijn. Ook natuurlijke ouderdomsverschijnselen laten de tandkleur donkerder worden. Zo verkleurde tanden laten zich met de bleachingmethode ophelderen.
Bij het bleken wordt een peroxidehoudende gel aangebracht. Die zet een oxidatieproces in gang, waarvan de zuurstofreactie de kleurgevende moleculen in de tand verandert. Op deze manier wordt de tand lichter. De methode is geschikt voor afzonderlijke tanden evenals voor de hele tandenrij.
Een bleaching kan zowel thuis als in de tandartspraktijk worden uitgevoerd, maar zou altijd onder medisch toezicht moeten gebeuren. Worden de tanden na verloop van tijd weer donkerder, dan laat de behandeling zich herhalen.
Veneers - facings van keramiek
Nee, de tand wordt slechts minimaal geprepareerd. Voor het bevestigen van de facingschaaltjes moet zo weinig mogelijk tandsubstantie worden afgeslepen of beschadigd. De schaaltjes worden met een bijzondere lijm op het tandoppervlak bevestigd. Daarom gelden veneers als een substantiesparende oplossing.
Veneers kunnen zo dun zijn als contactlenzen. Het zijn dunne, lichtdoorlatende keramische schaaltjes die op het zichtbare deel van de tand worden gelijmd. Door hun natuurlijke transparantie kan licht er net als bij natuurlijke tanden doorheen schijnen, en de kleur laat zich individueel aanpassen.
Veneers compenseren onregelmatigheden, verkleuringen of beschadigingen in het frontgebied. Ze kunnen sterke tandverkleuringen bedekken en standafwijkingen corrigeren. Ze worden bij voorkeur ingezet voor cosmetische correcties aan de voorste tanden, omdat ze de tandsubstantie sparen.
Prothetiek in de esthetische tandheelkunde
Zirkoniumoxide, ook zirkoniumdioxide genoemd, is een metaalvrij keramisch materiaal voor tandvervanging. Daarbij worden uitsluitend materialen gebruikt die speciaal op hun verdraagbaarheid zijn getest. De trend in de esthetisch veeleisende prothetiek gaat naar zulke metaalvrije en biocompatibele materialen.
Nee. Metaalvrije keramieken of zirkoniumoxide leveren alleen dan biocompatibele en niet-allergene tandvervanging op wanneer ze ook met dienovereenkomstig zorgvuldige methoden worden verwerkt. Naast de keuze van het materiaal bepaalt dus de wijze van verwerking hoe verdraagbaar de tandvervanging uiteindelijk is.
Ze biedt een breed aanbod aan behandelingen om het uiterlijk van de tanden te corrigeren, beschadigingen te verhelpen en gaten te sluiten. Doel is een natuurlijk uiterlijk van de herstelde tanden. De toepassingsmogelijkheden worden daarbij steeds complexer en veelzijdiger.
Tandvervanging op telescoopopbouwen
Een dubbelkroon, ook telescoopopbouw genoemd, bestaat uit twee delen. Een kapje wordt op de tandstomp gecementeerd en beschermt die. Daarop wordt een tweede kroon bevestigd, waaraan op zijn beurt de uitneembare prothese houvast vindt. Zo verankert de tandvervanging zich aan de aanwezige tanden.
Nee, bij de telescooptechniek kan van zichtbare houdelementen zoals klemmen worden afgezien. De tandvervanging is als zodanig niet herkenbaar. In plaats daarvan wordt de prothese gehouden door dubbelkronen op de aanwezige tanden, die vaste en uitneembare tandvervanging met elkaar verbinden.
Telescoopopbouwen hebben extra ruimte nodig, wat tot een gedeeltelijke bedekking van het gehemelte kan leiden. Als voordelen gelden daartegenover de aansprekende esthetiek, het goede draagcomfort en de eenvoudige uitbreiding van de tandvervanging wanneer later verdere tanden verloren gaan.
Kronen en bruggen van keramiek
Is het substantieverlies groot, dan overkroont de tandarts een tand om de kauwfunctie en de vorm ervan te herstellen. De kroon legt zich daarbij over de overgebleven tand. Moet een goed esthetisch effect worden bereikt, dan liggen metaalvrije kronen van keramiek voor de hand.
Gaten in het gebit worden vanuit medisch en esthetisch oogpunt gesloten, zodat de kauwkrachten in de mond zich weer harmonisch verdelen. Afhankelijk van de toestand van de buurtanden komen daarvoor een implantaat of een vaste brug in aanmerking.
Zijn de buurtanden zonder grotere vullingen en beschadigingen, dan ligt de implantologie voor de hand, omdat deze gezonde tandsubstantie wordt gespaard. Zijn de aangrenzende tanden toch al aan behandeling toe of zijn er andere redenen die een implantatie verhinderen, dan is de vaste brug een alternatief.
Precisieverankering bij tandvervanging
Een precisieverankering (attachment) is een verankeringselement waarmee uitneembare tandvervanging klemvrij aan de houdgevende tanden wordt bevestigd. Daarvoor worden aanwezige tanden overkroond en worden de verankeringen vast met deze kronen verbonden. Het uitneembare deel houdt dan aan deze verankeringen.
De techniek met precisieverankeringen geldt als een bijzonder hoogwaardige en bewerkelijke vorm van uitneembare tandvervanging, omdat de houdgevende tanden worden overkroond. Meestal worden deze kronen met keramiek bekleed. De verankeringselementen zijn in tegenstelling tot klemmen niet zichtbaar en daarmee esthetisch aantrekkelijker.
De precisieverankering waarborgt een klemvrij vaste zit van de uitneembare tandvervanging aan de houdgevende tanden. De combinatie van vaste en uitneembare tandvervanging biedt een goed draagcomfort en een lange levensduur van de prothetiek.
Digitale afdrukname
Bij de digitale afdrukname niet. In plaats van lepel, afdrukmateriaal en lange uithardingstijden wordt de situatie in de mond met een intraorale scanner vastgelegd, dus met een apparaat dat rechtstreeks in de mond werkt. Dat moet de ongemakken van de gebruikelijke afdruk besparen, die vaak met een onaangename kokhalsprikkel gepaard gaat.
De digitale registratie kan met hoge scansnelheden de behandeltijd verkorten, omdat de afvorming snel en nauwkeurig lukt. Bij de gebruikelijke afdruk kunnen onnauwkeurigheden er daarentegen toe leiden dat de hele procedure moet worden herhaald.
Op basis van de digitale 3D-afdrukname kunnen voorstellen voor de verdere prothetische behandeling op het scherm worden gepresenteerd en kunnen de afzonderlijke behandelstappen worden afgestemd. De gegevens van de scanner liggen daarvoor direct als digitale dataset klaar.
Deze 106 onderwerpen vindt u hier
Implantologie
Home
Implantaatprothetiek
Kosten
Behandeling
Diagnostiek
Wat is een implantaat?
Voor wie zijn implantaten geschikt?
Volledig tandeloze kaak met 4 gekantelde implantaten
Uitneembare implantaatgedragen tandvervanging op staven
Uitneembare implantaatgedragen tandvervanging met Locator
Implantatiemethoden
Immediate belasting
Botopbouw
Metaalvrije prothetiek
Tandtechniek / meesterlaboratorium
Implantaatverzorging
Offertes controleren
Vergoeding van de kosten
Implantaten
Titanium implantaten
Keramische implantaten
Implantaatvorm
Kleinere implantaten
Cariës bij kinderen
Melktanden poetsen
Behandeling onder narcose bij kinderen
Loepbril
Immediate implantatie
Gedragsregels na de implantatie
Videotheek: alternatieve oplossingen zonder implantaten
Particuliere zorgverzekering (PKV)
Implantaattoerisme
Genezingsprocessen
Individuele en vastzittende oplossingen met implantaten
Dentale implantologie - een beproefde behandelvorm
Waarom worden tandimplantaten geplaatst?
Wanneer moet er geïmplanteerd worden?
Zijn tandimplantaten veilig?
Welke risico's bestaan er?
Welke voordelen bieden implantaten?
Implantaatgedragen enkele tand
Meerdere tanden ontbreken - implantaatvoorziening met implantaatgedragen bruggen
OPG, orthopantomografie
3-dimensionale diagnostiek
CT, computertomografie
DVT - Digitale volumetomografie
Implantaatbehandeling met backward-planning
Inheling van het implantaat
Digitale afdrukname met een intra-orale scanner
Het plaatsen van de tandvervanging
CAD/CAM-techniek maakt computerondersteunde tandreconstructies mogelijk
Bescherming tegen peri-implantitis
Nieuwe ontwikkeling van titanium en zirkonium: Roxolid®-implantaten
Implantaatsystemen moeten zekerheid bieden
Implantaatoppervlakken zorgen voor een stevige verankering van het implantaat
Actieve implantaatoppervlakken voor de optimalisatie van de implantaatstabiliteit
Tijdelijke implantaten
Implantaten - garantie/wettelijke garantie
Planning van de individuele implantaatoplossing
Tandvleesaandoeningen - parodontale aandoeningen
Gingivitis, de ontstekingsachtige verandering van het tandvlees
Parodontitis, de ontstekingsaandoening van het tandvleesweefsel (parodontium)
Onderzoek bij een parodontale aandoening
Is weefselopbouw mogelijk?
Weefselregeneratie na een initiële behandeling
Met membraantechniek gestuurde weefselregeneratie
Behandeling met een antibioticatherapie
Regeneratieve behandeling voor de heropbouw van het tandvleesweefsel (parodontium)
Recessiedefect - terugtrekking van tandvlees en bot
Tandaanslag, de biofilm van bacteriën
Initiële therapie bij parodontale aandoeningen
Eerste bezoek aan de tandartspraktijk
Vanaf wanneer tanden poetsen
Ingrepen met dentale lasertechniek
Tandextractie - wanneer tanden verwijderd moeten worden
Zonder angst naar de tandheelkundige behandeling
Narcose door de anesthesist
Endodontische behandeling of wortelpuntresectie
Sportgebitsbeschermer - de belangrijke bescherming voor uw tanden
Snurkbeugels - hulp bij slaapgerelateerde aandoeningen
Dentoalveolaire chirurgie
Lip-, kaak- en gehemeltespleten
Traumatologie, behandeling van letsel door ongevallen
Dysgnathiechirurgie - behandeling van een kaak- of tandstandafwijking
Cariësinfiltratie - een methode zonder boren
Gebruik van operatiemicroscopen in de microchirurgie
Ozontherapie - ziektekiemen doden zonder bijwerkingen
Studies naar implantaatkosten en kwaliteit van leven
Nauwkeurige pijnuitschakeling bij de implantatie
Professionele gebitsreiniging
Met poeder-waterstraalapparaten kan aanslag worden verwijderd
Na de gebitsreiniging volgt het polijsten van de tanden
PZR pocketreiniging
Tongreiniging kan het cariësrisico verlagen
Slechte adem is voor velen een taboe
Volkeramische gebitsrestauratie voor esthetisch aansprekende resultaten
Bepaling van tandkleur en tandvorm
Vullingen van keramiek of kunststof
Bleaching - de tanden op een zachte manier lichter maken
Veneers - facings van keramiek
Prothetiek in de esthetische tandheelkunde
Tandvervanging op telescoopopbouwen
Kronen en bruggen van keramiek
Precisieverankering bij tandvervanging
Digitale afdrukname