Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Botopbouw met botvervangingsmaterialen en sinuslift

Voor een implantatie moet voldoende botvolume aanwezig zijn. Een bottekort kan met eigen bot worden aangevuld.

Botvervangende materialen

Een kleiner bottekort kan met botvervangende materialen worden opgevuld. Direct bij de implantatie wordt een defect met botvervangend materiaal opgevuld. Vaak worden er botspanen bijgemengd. Het operatiegebied wordt met een membraan beschermd.

Daarnaast kan door het inbrengen van botvervangende materialen na het trekken van een tand de afbraak van bot worden tegengegaan. Voor de botopbouw kan de implantoloog bot in de vorm van blokjes of botspanen uit verschillende delen van de mondholte winnen (bijv. tandeloze gebieden, kaakhoek, kin) en dit in het opbouwgebied inbrengen. Weliswaar is eigen bot vanuit biologisch oogpunt het beste materiaal voor de opbouw, maar het nadeel van deze werkwijze ligt voor de hand: er ontstaat een tweede wond met de bekende nadelen (bijv. pijn, kans op complicaties). Nagestreefd wordt het gebruik van een materiaal dat zo veel mogelijk op lichaamseigen bot lijkt, maar geen tweede ingreep nodig maakt. Er zijn botvervangende materialen van uiteenlopende herkomst.

Runderbot/dierlijk,
synthetisch,
synthetisch en varkenscollageen/dierlijk

Alle botvervangende materialen lijken in hun structuur en/of samenstelling sterk op lichaamseigen bot. Zij dienen als raamwerk voor bloedvaten en cellen die belangrijk zijn voor de regeneratie en de nieuwvorming van bot. Na de implantatie worden botvervangende materialen stap voor stap door nieuw gevormd bot doorgroeid en daarbij in het eigen bot opgenomen of omgebouwd.

De duur van dit proces hangt van heel veel factoren af en is na ongeveer zes tot twaalf maanden afgerond. De productie van de botvervangende materialen moet aan strikte kwaliteits- en veiligheidscontroles onderworpen zijn. Alle botvervangende materialen moeten aan nationale en internationale veiligheidsnormen voldoen. Uw behandelend tandarts zal u over de voor- en nadelen van de alternatieve materialen informeren.

Met een sinuslift wordt de veilige verankering van het tandimplantaat gewaarborgd

Een bijzondere vorm van botopbouw is het optillen van de bodem van de kaakholte, de zogenoemde sinuslift (sinusbodemaugmentatie, augmentatie of elevatie van de bodem van de kaakholte). Bij te weinig botaanbod in de bovenkaak kan de kaakholte worden opgetild door bot of botvervangend materiaal in de kaakholte (sinus maxillaris) aan te brengen. Bij weinig botaanbod in het zijdelingse tandgebied van de bovenkaak is een sinuslift vaak de enige mogelijkheid om voldoende botaanbod voor een implantaatbehandeling en vastzittende tandvervanging te scheppen. Bij een geplande sinusbodemelevatie levert de 3-D-diagnostiek al vóór de ingreep gedetailleerde informatie over de precieze anatomische verhoudingen en over de mate waarin bot moet worden opgebouwd.

Belangrijke anatomische naburige structuren, zoals het mandibulaire kanaal en de benige begrenzing van de kaakholte, kunnen in alle 3 vlakken worden afgebakend.

Men onderscheidt de interne en de externe sinuslift. De externe sinuslift vindt plaats onder algehele narcose. De kaakholte wordt via de mondholte ter hoogte van de wang operatief geopend, zodat bot onder zicht kan worden ingebracht. Bij de interne sinuslift wordt het implantaatkanaal (het boorgat voor het implantaat) gebruikt om het botmateriaal te plaatsen. Dit kanaal wordt voorzichtig doorgestoten, waarbij het slijmvlies van de kaakholte wordt gespaard (de kaakholte zelf blijft ongeopend). Het botmateriaal wordt vervolgens door dit kanaal geplaatst. Het extra botaanbod maakt het mogelijk direct langere implantaten te plaatsen en daarmee na de inheling een hogere stabiliteit te bereiken.

Bone Split -/ Bone Spreading

Bone-Spreading (bot opspreiden) en Bone-Splitting (bot splijten) zijn alternatieven voor de klassieke maatregelen voor botopbouw. Deze operatiemethoden worden toegepast bij zeer smalle kaakwallen. Bij deze werkwijze hoeft een kaakwal vóór een implantatie niet met een extra ingreep te worden opgebouwd. Bij deze technieken wordt een te smalle kaakwal (processus alveolaris) exact verbreed om een beter implantaatbed te scheppen. Met zogenoemde osteotomen of botspreiders wordt het bot behoedzaam op de implantatie voorbereid.

Beide methoden maken het mogelijk implantaten ook na botafbraak/botresorptie zo nodig zonder botafname met goede vooruitzichten op succes te plaatsen. In geselecteerde gevallen kunnen implantaten direct worden geplaatst.

Collageenmembranen

Membranen van collageen worden al vele jaren als medisch hulpmiddel toegepast. Eenvoudige collageensponsjes kunnen dienen om de wondgenezing te ondersteunen of om de tandkas na een tandextractie te beschermen. Verder kunnen dikke collageenmatrices worden gebruikt voor de opbouw van het tandvlees (bijv. voor het bedekken van teruggetrokken tandvlees bij tandwortels, defecten in het weke weefsel).

Weke weefsels kunnen uit varkenscollageen bestaan. Collagenen zijn zeer stabiele, vezelvormende eiwitten die in het lichaam zeer wijdverbreid zijn en het hoofdbestanddeel van de meeste bind- en steunweefsels vormen. Varkenscollageen lijkt sterk op menselijk collageen, waardoor een natuurlijke verdraagzaamheid en een gestuurde inheling worden bevorderd. De weke weefsels worden gewonnen uit natuurlijk weefsel van varkens die voor de levensmiddelenindustrie bestemd zijn, en worden met behulp van een meertraps procedé gereinigd en vervaardigd. Na de implantatie groeit lichaamseigen weefsel door de materialen voor week weefsel heen en worden zij doorlopend in de natuurlijke weefselopbouw opgenomen. Na enkele maanden is het ingebrachte weke weefsel volledig door eigen weefsel vervangen. Een extra ingreep om het weke weefsel te verwijderen is dan niet meer nodig.

 

Schematische weergave van een ingeheeld implantaat in het kaakbot

Fundament

Wanneer het kaakbot niet toereikend is

Botopbouw, augmentatie - Gaan tanden verloren, dan breekt het lichaam het niet meer belaste deel van het bot af. Voor een implantatie moet er voldoende botvolume aanwezig zijn. Ook patiënten die na langdurige tandeloosheid bot hebben verloren, kunnen worden geholpen. Een bottekort kan worden aangevuld met een extra ingreep waarbij gewonnen eigen bot wordt getransplanteerd. Dit lichaamseigen weefsel vormt na de inheling een stabiel fundament voor de implantaten.

Twee implantaten in het kaakbot, driedimensionale weergave

Lichaamseigen materiaal

Eigen bot

Botopbouw met eigen bot

Te smalle, vlakke kaken (kaakkammen) of kaakgebieden met botatrofie kunnen met gewonnen eigen bot worden opgebouwd. Het gewonnen bot wordt met speciale schroeven vastgezet en moet in de regel meerdere maanden inhelen. In die tijd wordt het nieuwe bot met een membraan afgedekt, zodat er stabiel botweefsel kan ontstaan. Pas daarna worden de implantaten geplaatst. Bij een groot bottekort gebeurt de botopbouw door het winnen van lichaamseigen weefsel. Kleinere botblokjes kunnen uit het gebied van de onderkaak, de kin of de verstandskiezen worden gewonnen en direct worden geplaatst. Is er meer bot nodig, dan wordt dit in een extra ingreep uit de bekkenkam gewonnen.

Het belangrijkste in het kort

  • Gaan tanden verloren, dan breekt het lichaam het niet meer belaste bot af; voor een implantatie moet er genoeg botvolume aanwezig zijn.
  • Een kleiner bottekort laat zich direct bij de implantatie met botvervangend materiaal opvullen.
  • Bij een groter tekort wordt lichaamseigen bot getransplanteerd – uit de kaakhoek, de kin of het gebied van de verstandskies, bij grote behoefte uit de bekkenkam.
  • Getransplanteerd bot wordt met schroeven gefixeerd, met een membraan bedekt en heelt in de regel meerdere maanden in voordat er wordt geïmplanteerd.

Kort beantwoord

Veelgestelde vragen

Het opvullen of verbreden van het kaakbot, zodat een implantaat veilig houvast vindt. Gebruikt wordt botvervangingsmateriaal of lichaamseigen bot.
Omdat het lichaam bot afbreekt dat het niet meer belast. Na langere tandeloosheid is het overgebleven volume voor een implantaat vaak niet meer toereikend.
Getransplanteerd bot heelt in de regel meerdere maanden in voordat de implantaten worden geplaatst. Wordt bij de implantatie alleen een klein defect opgevuld, dan vervalt deze extra wachttijd – het implantaat zelf moet toch inhelen.
Kleinere hoeveelheden neemt de behandelaar uit de mondholte zelf – uit tandeloze gebieden, de kaakhoek of de kin. Bij grotere behoefte komt het bot uit de bekkenkam.