Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Wanneer tandimplantaten geplaatst zouden moeten worden

In de implantologie onderscheidt men de immediate, de vroege / vertraagde immediate en de late implantatie

Botweefsel heeft een zekere mate van belasting nodig. Gaan tanden verloren, dan ontbreekt deze natuurlijke belasting. Zonder de stimulatie door de kauwkrachten breekt het bot in de betrokken kaakgedeelten af. Implantaten, die net als natuurlijke wortels de kauwkrachten naar het kaakbot doorgeven, voorkomen deze botafbraak. Implantaten zouden daarom zo vroeg mogelijk na een tandverlies moeten worden geplaatst. Een vroeg implantatietijdstip maakt betere esthetische resultaten mogelijk, wanneer de structuren van bot en weke delen nog niet zijn afgebroken.

Implantatietijdstip

In de implantologie onderscheidt men de immediate, de vroege / vertraagde immediate en de late implantatie. De afzonderlijke methoden worden in de regel bepaald door de botmorfologie op de plaats van implantatie. De ontwikkeling gaat in de richting van de immediate respectievelijk de vertraagde immediate implantatie, omdat men zich daarvan behoud van de structuur van bot en weke delen belooft.

De zogenoemde immediate implantatie vindt direct na het tandverlies respectievelijk direct na de extractie in dezelfde zitting onder dezelfde plaatselijke verdoving plaats. Voorwaarde is een ontstekingsvrije, lege tandkas (alveole).

De vroege implantatie kan 4 tot 8 weken na de tandextractie plaatsvinden. Het tijdstip hangt af van de genezing van de weke delen. Een vertraagde (uitgestelde) immediate implantatie na volledige genezing van de weke delen kan 3 tot 4 maanden na de extractie plaatsvinden.

Een late implantatie vindt plaats in het volledig genezen bot, ca. zes maanden na de extractie.

Voor een werkelijk bevredigend resultaat is een voldoende aanbod van bot en weke delen een voorwaarde. Het ontbreken van een of meerdere tanden leidt tot weefselverlies. Om dit weefselverlies tegen te gaan, zou een gat in het gebit zo vroeg mogelijk moeten worden gesloten. De botwond die na het trekken respectievelijk het verlies van een tand ontstaat, kan bij een immediate implantatie met het implantaat en bot respectievelijk botvervangend materiaal worden gevuld. Doel is de afbraak van de botwanden zo veel mogelijk te voorkomen. In het ideale geval kan de structuur van de weke delen met behulp van een direct geplaatste noodvoorziening behouden blijven en dienovereenkomstig worden gevormd.

Kort beantwoord

Veelgestelde vragen

Van een vroege implantatie spreekt men bij het plaatsen van het implantaat 4 tot 8 weken na het verwijderen van de tand; het precieze tijdstip hangt ervan af hoe het weke weefsel geneest. Een vertraagde immediate implantatie na volledige genezing van het weke weefsel is na 3 tot 4 maanden mogelijk, een late implantatie in het genezen bot ongeveer zes maanden na de extractie.
Botweefsel heeft een zekere mate van belasting nodig. Ontbreekt na een tandverlies de stimulatie door de kauwkrachten, dan breekt het bot in het betrokken kaakgedeelte af en gaat er ook week weefsel verloren. Een gat moet daarom zo vroeg mogelijk worden gesloten; een vroeg implantatietijdstip maakt bovendien betere esthetische resultaten mogelijk.
In de regel bepaalt de botmorfologie op de implantatieplaats de werkwijze, dus de vorm en de gesteldheid van het bot op de plek waar geïmplanteerd moet worden. Voor een immediate implantatie direct na het verwijderen van de tand moet de tandkas bovendien leeg en ontstekingsvrij zijn.