Het plaatsen van de implantaatgedragen tandvervanging
De met het implantaat verbonden tandopbouw bestaat uit een metaalgeraamte waarop de nieuwe tanden worden opgebouwd
De met het implantaat verbonden tandopbouw (kroon of brug) bestaat in de regel uit een metaalgeraamte waarop de tandtechnicus de nieuwe tanden opbouwt. Als alternatief kunnen ook metaalvrije, volkeramische opbouwen van zirkoon worden vervaardigd.
Na de inheling worden de in een tandtechnisch laboratorium individueel voor de patiënt vervaardigde tanden - kronen, bruggen of hele tandrijen - op de implantaten bevestigd - het zogenoemde plaatsen. De tanden kunnen worden vastgeschroefd of gecementeerd. Beide alternatieven zijn vastzittend. Net als natuurlijke tanden kunnen zij door patiënten niet uit de mond worden genomen. Implantaatgedragen protheses, tandrijen of losse tanden zitten vast. De nadelen van de klassieke prothese (slechte pasvorm) of van de bevestiging van de tandvervanging met klammers (blijvende beschadiging van de resterende tanden) blijven patiënten bespaard.
Implantaatgedragen, uitneembare protheses worden op staafconstructies, houdelementen (locator) of kogelkoppen bevestigd. Zij kunnen door patiënten voor de reiniging uit de mond worden genomen.
Bij de prothetische voorziening werken tandarts en tandtechnicus nauw samen. Een implantaatbehandeling is pas afgerond wanneer de patiënt weer alles kan kauwen, vrij kan spreken en onbezorgd kan lachen. De implantaatgedragen tanden moeten er esthetisch aantrekkelijk, maar onopvallend tussen de natuurlijke tanden in passen. Zij moeten na een korte gewenningsfase storingsvrij functioneren en mogen de mimiek niet nadelig beïnvloeden.
Kort beantwoord