Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Het plaatsen van de implantaatgedragen tandvervanging

De met het implantaat verbonden tandopbouw bestaat uit een metaalgeraamte waarop de nieuwe tanden worden opgebouwd

De met het implantaat verbonden tandopbouw (kroon of brug) bestaat in de regel uit een metaalgeraamte waarop de tandtechnicus de nieuwe tanden opbouwt. Als alternatief kunnen ook metaalvrije, volkeramische opbouwen van zirkoon worden vervaardigd.

Na de inheling worden de in een tandtechnisch laboratorium individueel voor de patiënt vervaardigde tanden - kronen, bruggen of hele tandrijen - op de implantaten bevestigd - het zogenoemde plaatsen. De tanden kunnen worden vastgeschroefd of gecementeerd. Beide alternatieven zijn vastzittend. Net als natuurlijke tanden kunnen zij door patiënten niet uit de mond worden genomen. Implantaatgedragen protheses, tandrijen of losse tanden zitten vast. De nadelen van de klassieke prothese (slechte pasvorm) of van de bevestiging van de tandvervanging met klammers (blijvende beschadiging van de resterende tanden) blijven patiënten bespaard.

Implantaatgedragen, uitneembare protheses worden op staafconstructies, houdelementen (locator) of kogelkoppen bevestigd. Zij kunnen door patiënten voor de reiniging uit de mond worden genomen.

Bij de prothetische voorziening werken tandarts en tandtechnicus nauw samen. Een implantaatbehandeling is pas afgerond wanneer de patiënt weer alles kan kauwen, vrij kan spreken en onbezorgd kan lachen. De implantaatgedragen tanden moeten er esthetisch aantrekkelijk, maar onopvallend tussen de natuurlijke tanden in passen. Zij moeten na een korte gewenningsfase storingsvrij functioneren en mogen de mimiek niet nadelig beïnvloeden.

Kort beantwoord

Veelgestelde vragen

Beide is mogelijk: de tandvervanging kan op de implantaten worden vastgeschroefd of gecementeerd. Beide varianten zitten vast en kunnen net als natuurlijke tanden niet uit de mond worden genomen. Het bevestigen van de afgewerkte kronen, bruggen of tandenrijen na de inheling noemt men het plaatsen.
Wordt tandvervanging met klammers bevestigd, dan kan dat de overgebleven eigen tanden op de lange termijn beschadigen. Bij vastzittende, implantaatgedragen tandvervanging blijft dit nadeel patiënten bespaard, net als de slechte pasvorm van een klassieke prothese.
Pas dan, wanneer de patiënt weer alles kan kauwen, vrij kan spreken en onbezorgd kan lachen. De implantaatgedragen tanden moeten zich esthetisch aantrekkelijk en onopvallend tussen de natuurlijke voegen, na een korte gewenningsfase storingsvrij functioneren en de mimiek niet nadelig beïnvloeden.