Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Tandheelkundig lexicon vaktermen M

Begrippen van Marginaler Knochenschwund tot Mundbodenplastik

Marginaler Knochenschwund (marginale botafbraak), peri-implantaire botafbraak als ongewenst bijverschijnsel (bijwerking) van de implantatie.

Milchzähne (melktanden), vormen tot het 6e levensjaar het gebit van het jonge kind

Minimal invasiv (minimaal invasief), duidt als overkoepelend begrip procedures en operatieve ingrepen aan met de kleinst mogelijke beschadiging van huid en weke delen.Verwant vakbegrip Nichtinvasiv

MKG-Chirurg (MKA-chirurg), arts voor mond-, kaak- en aangezichtschirurgie

Molar (molaar), kiezen, maaltanden. Hun brede kauwvlak met meerdere knobbels is bijzonder geschikt om het voedsel te vermalen. Verwant vakbegrip Zähne

Molarenbereich (molaargebied), gebied van de maaltanden (molaren); de premolaren daarentegen zijn de beide tanden tussen hoektand en molaren.

Mundbatterie (mondbatterij), duidt het "batterij-effect" aan dat ontstaat wanneer verschillende metalen in de mondholte met elkaar in aanraking komen (bijv. amalgaam en goud). Het zeer goed geleidende speeksel maakt een minimale stroom mogelijk, die onedelere metalen (bijv. kwik uit amalgaam) in de mond kan vrijmaken. Verwant vakbegrip Amalgam

Mundbodenplastik (mondbodemplastiek), ter verbetering van de houvast van een volledige onderkaakprothese door verlaging van de mondbodem.