Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Dentaal lexicon vaktermen A

Begrippen van Aesthetische Zahnheilkunde tot Asepsis

Ästhetische Zahnheilkunde (esthetische tandheelkunde), verzamelbegrip voor alle tandheelkundige maatregelen die bijdragen aan de verbetering van het uiterlijk van de tanden. bijv. : Verwante vakterm Bleaching Verwante vakterm Veneers

Alveolarfortsatz (alveolair uitsteeksel), benig fundament voor de tandwortels, deel van het kaakbot. Het vormt zich bij het ontstaan van een tand; na tandverlies trekt het zich weer terug.

Alveolarkamm (kaakwal), verhoogde richel van de tandeloze kaak.

Alveolarkammatrophie (atrofie van de kaakwal), afbraak van het kaakbot na tandverlies.

Alveole (tandkas), tandkas van de tandwortel (Latijn: kleine kuil, kuip) Verwante vakterm Zähne

Amalgam (amalgaam), legeringen van kwik met metalen voor het vullen van tanden. Als beproefd vulmateriaal met unieke eigenschappen is het vanwege het kwikgehalte echter in opspraak geraakt. Gezondheidsschade door amalgaam kon door wetenschappelijk onderzoek tot nu toe niet eenduidig worden aangetoond. Veel tandartsen zijn daarom overgestapt op alternatieven voor amalgaam, zoals kunststofvullingen of gouden of keramische inlays. Verwante vakterm Kunststofffüllungen Verwante vakterm Inlay

Ambulant (ambulant, poliklinisch), onderzoek en behandeling op het spreekuur, zonder opname in een kliniek, in tegenstelling tot de klinische behandeling. Verwante vakterm stationäre Behandlung

anallergisch (anallergisch), geen allergie vertonend

Anamnese (anamnese), voorgeschiedenis van de zieke. Aard, begin en verloop van de klachten, die de arts in het gesprek met de patiënt navraagt.

Anatomie (anatomie), wetenschap en leer van de bouw van de lichaamsdelen en de organen daarvan.

Antibiotika (antibiotica), stofwisselingsproducten van verschillende bacteriën, schimmels en planten. Het antibioticum doodt bacteriële ziekteverwekkers of remt de groei daarvan.

Anämie (bloedarmoede), tekort aan hemoglobine en/of erytroc. in het bloed

Anästhesie (anesthesie), ongevoeligheid voor pijn-, temperatuur- en aanrakingsprikkels als gevolg van een stoornis van het zenuwstelsel, of als gewenst resultaat van een narcose respectievelijk lokale anesthesie (plaatselijke verdoving). Meestal wordt het uitschakelen van het pijngevoel met verdovingsmiddelen bij operaties of pijnlijke onderzoeken bedoeld. Verwante vakterm Betäubung Verwante vakterm Narkose

Arterie (slagader), pulserend bloedvat dat het bloed van het hart wegvoert. Verwante vakterm Blutdruck

Artikulation (articulatie), bewegingen van de onderkaak bij tandcontact (openen, sluiten, voorwaartse en zijwaartse beweging, vooral bij het kauwen) of het vormen van woorden.

Asepsis (asepsis), kiemvrijheid. Alle maatregelen ter voorkoming van een infectie met micro-organismen, bijv. bij de operatie, door handdesinfectie, desinfectie van het operatiegebied en het dragen van een mondkapje.