Korte tandimplantaten en tandimplantaten met gereduceerde diameter
Korte en in diameter gereduceerde tandimplantaten bij een uitgesproken bottekort
Korte implantaten kunnen patiënten botopbouwende ingrepen besparen
Bij een uitgesproken bottekort moest tot nu toe in een extra chirurgische ingreep, gevolgd door een inhelingstijd van meerdere weken, nieuw botvolume worden opgebouwd om een kansrijk implantaatbed te maken. Nu kan ook zonder deze botopbouw met kortere, speciaal gevormde implantaten een langdurige stabiliteit worden bereikt. De wortels van de buurtanden, de onderkaakzenuw en gevoelige anatomische structuren zoals de onderste tak van de nervus trigeminus worden gespaard, omdat voor het plaatsen van de kortere implantaten minder diep in het bot geboord hoeft te worden. Voor het plaatsen van de implantaten kan een kleine boring volstaan, waarvoor het omliggende gebied niet hoeft te worden vrijgelegd.
De in totaal kleinere implantaten zijn bedoeld om vitale structuren te sparen. Deze kleinere implantaten kunnen in afzonderlijke gevallen minder invasief worden geplaatst. Het in vergelijking met de conventionele implantaatbehandeling eenvoudigere, mildere plaatsen van de implantaten kan de behandelduur verkorten. Of mini-implantaten voor een patiënt in aanmerking komen en wanneer deze belast mogen worden, beslist de behandelend arts na de bijbehorende diagnose.
De nieuwe, kortere implantaten of implantaten met een kleinere diameter maken het vaak mogelijk implantaten zonder botopbouwende ingrepen met goede vooruitzichten op succes te plaatsen. Het succespercentage ligt bij de in totaal kleinere implantaten even hoog als bij de tot nu toe gebruikte, klassieke implantaatlengtes en implantaatdiameters.

Weinig bot
Wanneer het bot smal is
Botafbraak na langdurige tandeloosheid stelt anatomische grenzen. Het gebruik van klassieke implantaatlengtes en implantaatdiameters wordt in de onderkaak beperkt door de onderkaakzenuw en in de bovenkaak door de kaakholte.
Oudere mensen hebben vaak een dun kaakbot. Voor een conventionele implantaatbehandeling moet bij deze patiënten in veel gevallen eerst nieuw bot worden opgebouwd, omdat de kaken te sterk zijn geresorbeerd. Met de nieuwe, kortere implantaten met een kleinere diameter, die toch stabiel zijn, kan ook bij een gering botaanbod een vaste tandvervanging worden aangeboden. Deze implantaten verbreden vooral het behandelspectrum voor oudere patiënten. Ondanks de kleinere diameter kunnen deze implantaten bij voldoende bothoogte een veilig houvast voor een prothese bieden.
Het belangrijkste in het kort
- In de onderkaak begrenst de onderkaakzenuw de mogelijke implantaatlengte, in de bovenkaak de kaakholte.
- Oudere mensen hebben vaak een dun kaakbot dat voor klassieke implantaten niet toereikend is.
- Met kortere, bijzonder gevormde implantaten is ook zonder botopbouw stabiliteit op lange termijn te bereiken.
- Dat bespaart patiënten een extra ingreep en de daaropvolgende inhelingstijd van meerdere weken.
Kort beantwoord