Tandheelkundige kennis: initiële therapie in de parodontologie
Weefselsparender therapieën maken het mogelijk diepe tandvleespockets te reinigen
Klassieke, sparende PA-therapie bij parodontale aandoeningen: als eerste worden bij de voorbehandeling de tandvleespockets en worteloppervlakken grondig gereinigd onder plaatselijke verdoving (plaatselijke pijnuitschakeling/lokale anesthesie). Met speciale instrumenten (bijv. ultrasone instrumenten) worden de harde aanslagen verwijderd die diep onder het tandvlees op de wortels van de tanden vastzitten, en worden de wortels glad gemaakt (curettage). Een gesloten of open curettage wordt in de regel door de Duitse wettelijke zorgverzekering (Krankenkasse) vergoed
Weefselsparender methoden, vaak minimaal invasieve therapieën genoemd, maken het mogelijk ook diepere tandvleespockets te reinigen. Deze hoeven niet meer per se te worden opengesneden om ze te reinigen. In de eerste fase van de parodontale behandeling worden bovendien "schuilhoeken" voor bacteriën weggenomen, zoals die bijvoorbeeld bij overstekende kroonranden of beschadigde vullingen kunnen voorkomen. Primair doel van de initiële behandeling is het verwijderen van de kiemen die de aandoening veroorzaken. Reeds sterk losstaande tanden kunnen zo nodig worden gestabiliseerd door ze aan de achterzijde met een spalk met elkaar te verbinden. Bij deze therapie moeten de tandvleespockets worden verkleind en moet een gezonde bacterieflora tot stand worden gebracht.
Kort beantwoord