Downloads Videotheek Nieuws FAQ Tandheelkundig lexicon Contact

Tandheelkundige kennis: wat u over narcose moet weten

Narcose en narcosemethoden in de tandheelkunde

Met milde anesthesiemethoden kunnen onderzoeken en behandelingen tegenwoordig pijnvrij worden uitgevoerd. Gevoelige patiënten of angstpatiënten willen van complexe en omvangrijke tandheelkundige behandelingen, grotere gebitsrenovaties of het plaatsen van implantaten zo min mogelijk merken en vragen daarom naar anesthesiemethoden

Praktijken die narcose aanbieden, beschikken over daarvoor uitgeruste anesthesievoorzieningen en behandelkamers. In de anesthesie kan de vorm van pijnuitschakeling worden gekozen van plaatselijke, lokale verdoving via sedatie en schemerslaap tot algehele narcose, en exact worden afgestemd op een ingreep en op de individuele, persoonlijke pijnbeleving van een patiënt. Dankzij moderne anesthesiemethoden kunnen ook angstpatiënten een noodzakelijke behandeling stressvrij en angstvrij ondergaan.

Voor een zo groot mogelijke veiligheid bij ingrepen onder narcose zorgen speciaal bijgeschoolde medisch specialisten / anesthesisten. Bij behandelingen onder algehele narcose worden patiënten tijdens de ingreep en in de ontwaakfase door een anesthesist begeleid. De anesthesist leidt de narcose in en bewaakt met een sluitende monitoring de lichaamsfuncties (hartslag, ademhaling, bloeddruk) van een patiënt. Ook tijdens de ontwaakfase moeten de patiënten in speciale verkoeverkamers worden verzorgd en moeten de vitale functies voortdurend worden bewaakt. Nauwkeurige narcoses zijn dankzij nieuwe medicijnen en moderne apparatuur die een exacte dosering mogelijk maken, veilig en betrouwbaar uit te voeren.

In een uitvoerig adviesgesprek beslissen de patiënt, de behandelend arts en bij narcose ook de anesthesist welke vorm van pijnuitschakeling voor een patiënt in aanmerking komt. Behandelaars gaan invoelend en zorgvuldig om met angstige patiënten. Ingrepen bij patiënten met risicofactoren vinden plaats onder bewaking van de bloedsomloop en met professionele, sluitende monitoring.

Kort beantwoord

Veelgestelde vragen

De manier waarop de pijn wordt uitgeschakeld reikt van de plaatselijke verdoving via de sedatie en de roesnarcose tot de algehele narcose. Zij wordt precies afgestemd op de ingreep en op de persoonlijke pijnbeleving van de patiënt. Welke methode in aanmerking komt, wordt in een uitvoerig adviesgesprek besproken.
Bij behandelingen onder algehele narcose begeleidt een speciaal bijgeschoolde anesthesioloog de patiënt tijdens de ingreep en in de ontwaakfase. De anesthesioloog leidt de narcose in en bewaakt onafgebroken de lichaamsfuncties zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk. Ook na de ingreep worden de vitale functies in speciale verkoeverkamers voortdurend gecontroleerd.
Ingrepen bij patiënten met risicofactoren vinden plaats onder bewaking van de bloedsomloop en met professionele, onafgebroken monitoring. Over de passende vorm van pijnuitschakeling beslissen de patiënt, de behandelend arts en bij een narcose bovendien de anesthesioloog samen in het adviesgesprek.